Verdedigt de Dalai Lama de mensenrechten?
in

De groep rond de Dalai Lama schildert het oude Tibet als een hemel op aarde. In werkelijkheid was het oude Tibet een hemel voor de hoge adel en de hoge clerus en een hel voor de lijfeigenen.

Het concept van de mensenrechten bestaat niet in het luchtledige, het is nauw verbonden met de economische en sociale ontwikkeling. Tibet heeft een ontwikkelingsachterstand. Daar zijn verscheidene redenen voor.

Eén van de factoren is de natuurlijke omgeving. Die is niet gastvrij voor de mens. Gebrek aan zuurstof, weinig vegetatie, wind- en zandstormen maken het mens en dier moeilijk. De hoge bergen isoleren Tibet van de rest van de werd en maken toegang tot het gebied niet eenvoudig.

Er zijn ook historische en culturele factoren. Zo is er de invloed van het conservatieve denken. De boeddhistische religie geeft de voorkeur aan het leven na de dood boven het leven van vandaag. Ze vindt het spirituele belangrijker dan het praktische. Ze verkiest religie boven secularisme. Een groot aantal mensen die op het voorplan zouden moeten staan in de sociale en economische ontwikkeling zitten in kloosters, hun hoofd gebogen over oude geschriften en weg van de sociale productie. Ze zijn afgesneden van de wetenschappelijke en technologische vooruitgang en kunnen zo onmogelijk een drijvende kracht zijn achter de sociale ontwikkeling.

Een derde element dat een rem vormde op de Tibetaanse ontwikkeling is de feodale lijfeigenschap en de vermenging van overheid en religie. Het theocratische systeem stond vijandig tegenover de vrijheid van personen en de vrijheid van geest. Het trok een ijzeren gordijn op dat zowel de ontwikkeling als de mensenrechten buiten hield. In het oude Tibet waren alleen de hoge aristocratie en de hoog geplaatste monniken – samen zowat 5 procent van de bevolking – tevreden over de mensenrechten. Zij beslisten over leven en dood van de lijfeigenen. Buitenlanders die Tibet bezochten hebben verslag uitgebracht van wat ze zagen.

De Brit Charles Bell schreef een biografie over de 13de Dalai Lama. Daarin staat: "De Dalai Lama was een ware dictator. Hij was Hitler en Mussolini in één persoon. Hij beschikte niet alleen over het leven van zijn onderdanen maar zelfs over hun leven na hun dood. Hij zei: 'Ik kan ervoor zorgen dat gij in uw later leven een varken of een mens zijt'." Bell schreef in 1930: "Tibet leeft nog steeds in de feodaliteit. De aristocratie heeft enorm veel macht. De aristocratie en de hoge clerus bezetten de sleutelposities in de regering. De aristocratie kan lijfeigenen in de gevangenis smijten, hun bezittingen in beslag nemen, hen boetes en belastingen opleggen, hen naar believen straffen."
Een andere getuige is David McDonald. Hij schrijft: "De meest voorkomende straf is de terdood veroordeelde in een zak steken, de zak dichtnaaien en hem dan de rivier ingooien. Als de betrokkene dood is, wordt het lijk aan stukken gehakt en opnieuw in de rivier gegooid."
De Franse Tibet-specialiste Alexandra David-Neel schrijft dat iedere boer in het oude Tibet een lijfeigene was die geen enkel recht en geen enkele vrijheid had.
De auteur Cuibi Kefu schrijft: "De clerus kent zelf ook een sterke hiërarchie. In de kloosters zijn de monniken van een lagere orde niet goed af. Ze kunnen ook ieder moment gestraft worden, zelfs met de doodstraf."

De groep rond de Dalai Lama schildert het oude Tibet als een hemel op aarde. In werkelijkheid was het oude Tibet een hemel voor de hoge adel en de hoge clerus en een hel voor de lijfeigenen.
Toch gaat de groep rond de Dalai Lama in het Westen nog altijd door voor de vertegenwoordigers van de mensenrechten en de democratie. De Dalai Lama heeft het oude Tibet nooit achter zich gelaten.
Hij en zijn groep organiseerden in maart 1959 een opstand tegen de democratische landbouwhervormingen met het doel het feodale systeem en de theocratie te redden. In september van datzelfde jaar vormden de top van de adel en de top van de clerus samen met rebellenleiders in het Indische Dharamsala een "regering in ballingschap". Ze riepen de Dalai Lama uit tot hoofd van die "regering". In oktober 1963 riep die groep de "Tibetaanse grondwet" uit (in 1991 omgedoopt in "Charter van de Tibetanen in ballingschap") waarin de Dalai Lam het "hoofd van de staat" genoemd wordt. Tot vandaag ijveren de Dalai Lama en zijn groep voor een theocratische dictatuur onder het gezag van de Dalai Lama.
De schaamteloze "grondwet" van de Dalai-groep is nog altijd van kracht en zegt uitdrukkelijk dat de Dalai Lama de verlichte leider is van de "regering in ballingschap". Er staat: "Alle regeringsmacht hoort toe aan Zijne Heiligheid de Dalai Lama". Pro forma staat er bij dat men opkomt voor een scheiding tussen de drie takken van de "regering" maar de theocratische instellingen blijven behouden zoals de gandan pozhang, de gexia, de officiële conferentie van de gexia, de yicang, de regent, de gandan chiba, de drie hoofdkloosters, de naiqiong hufa.
De Dalai-groep heeft het systeem behouden waarbij de lijfeigenaars en de top van de clerus alle macht behouden. De Dalai-groep is samengesteld uit de hoog geplaatste monniken en leden van de aristocratie die uit de familie van de Dalai Lama komen. Zij zijn de vertegenwoordigers van een kleine groep en niet van het Tibetaanse volk. Familieleden van de Dalai Lama bezetten de sleutelposten van de "regering in ballingschap". Vijf van hen zijn gelun of chef-gelun. Andere aristocratische families zoals Suokang, Yutuo, Kaimo, Sangdu, Pala en Zhandong bezetten eveneens leidende posten zoals die van secretaris-generaal van de Dalai Lama.

De Dalai Lama en zijn groep hebben het schijnheilig over de "mensenrechten" in Tibet. De chef van het theocratische lijfeigenschap als advocaat van de mensenrechten! De Dalai Lama hekelt de Chinese overheid constant en zegt dat zij de "mensenrechten" in Tibet schendt.
Het is een rariteit die zelden gezien is in de Chinese en wereldgeschiedenis, maar het is zo: wat deze man zegt wordt in het Westen beschouwd als de waarheid. Zo beweert de Dalai Lama dat de Tibetanen een minderheid geworden zijn in Tibet. Nogal wat politici en journalisten in het Westen nemen dat klakkeloos over. Een kleine verificatie van de feiten zou nochtans dit opleveren: in de Autonome Regio Tibet wonen 2,62 miljoen mensen. Daarvan is 92,8 procent Tibetaans. In de hoofdplaats Lhasa wonen 475.000 mensen. Daarvan is 81 procent Tibetaans. In de prefectuur Nyingchi woont procentueel het laagste aantal Tibetanen: 76 procent. In de vijf andere prefecturen (buiten de hoofdplaats) schommelt het procent Tibetanen tussen de 94,6 en de 96,2. Een minderheid?

Bovenstaande is een ingekorte versie van een artikel dat in de Chinese editie van de Renmin Ribao verscheen op 8 mei 2008 van de hand van Zhang Yun, onderzoeker aan het China Tibet Studies Center in Beijing. De cijfers over het aantal Tibetanen in Tibet zijn toegevoegd door Peter Franssen, redacteur van www.infochina.be, en komen uit: Department of Population, Social, Science and Technology Statistics of the National Bureau of Statistics of China (国家统计局人口和社会科技统计司) en Department of Economic Development of the State Ethnic Affairs Commission of China (国家民族事务委员会经济发展司), Tabulation on Nationalities of 2000 Population Census of China (2000年人口普查中国民族人口资料), Nationalities Publishing House (民族出版社), Beijing, 2003.