Vanwaar de verbetenheid tegenover China?

"In het westen worden veel onnozelheden verteld over China," zegt de Belgische ambassadeur in Beijing. Hoe komt dat? Vanwaar het eenzijdige beeld van China in onze media?

In de aanloop naar de Olympische Spelen leek er wel een wedstrijd gaande onder politici en media: wie kan China het meest bekladden? De krant De Morgen presteerde het om voorzitter Jacques Rogge van het Internationaal Olympisch Comité te vergelijken met de verantwoordelijken van de Spelen in het nazistische Duitsland van 1936. De Morgen heeft het dan ook, als was het de meest vanzelfsprekende zaak ter wereld, over 'genocidaire spelen'.

Als het over China gaat, is de objectiviteit in onze media meestal ver zoek. Mocht ik een Chinese journalist zijn, dan zou ik een reportage kunnen maken over de zaakvoerder van een Antwerpse bouwfirma die illegalen tewerkstelt en het geradbraakte lichaam van één van hen die van een stelling gevallen is, in een gracht gooit, hopende dat ie snel doodgaat. Dat feit is echt gebeurd, vorig jaar, in België. Maar wie zou mij niet van kwaadwilligheid en gebrek aan journalistieke deontologie beschuldigen als ik mijn Chinese kijkers en lezers zou vertellen dat dit in België schering en inslag is en dat Belgische arbeiders slechter af zijn dan Romeinse slaven? Of hoe zou u reageren als een Chinese journalist een wandeling zou maken van het noord- naar het zuidstation in Brussel, tien bedelaars zou interviewen en dan in zijn reportage zou verklaren dat Brussel, nee, België een land van bedelaars is?

Dat is nochtans de methode die onze media grotendeels gebruiken. De Chinese noord-zuid en oost-west as is telkens ruim 5.000 kilometer. China ontwikkelt zich razendsnel van een land van de derde wereld naar een moderne industriestaat. Geen enkel land dat zich ontwikkelt, doet dat zonder zig-zag bewegingen, zonder stappen vooruit en soms een stap achteruit. In zo'n land verloopt niets rechtlijnig. Het is makkelijk hier feiten en situaties te vinden die niet door de beugel kunnen. Het is al even poepsimpel deze reële mistoestanden in reportages dusdanig uit te vergroten dat ze de indruk geven de weerspiegeling te zijn van de gemiddelde realiteit. Zo wordt het beeld geschapen van een totaal mislukt beleid, een egocentrische regering die een diep misprijzen heeft voor de mensen, een land waar een dictatuur het volk onderdrukt.

Wat u mag zien en wat u niet mag zien

U krijgt reportages te zien over paaldanseressen en hoerententen waarmee bewezen is dat de verloedering in China compleet is. U krijgt geen reportages over de heldenmoed van tienduizenden arbeiders, soldaten, scholieren en studenten bij de zware sneeuwstormen in februari en bij de aardbeving in mei. U krijgt geen vergelijking te zien tussen de abominabele hulpverlening in Louisiana na de doortocht van orkaan Katrina en de pico bello hulpverlening in Sichuan na de aardbeving. U mag dus niet weten hoe hoog en hoe sterk de moraal in China is.

U krijgt reportages te zien over de chef van een Chinese privé-onderneming in Afrika die sjachert en sjoemelt, erger nog dan de Belgische kolonialen indertijd in Congo. De reportage zegt u dat China in Afrika een neo-koloniale politiek voert. U krijgt geen inkijk in de rapporten van de Wereldbank en de Zuid-Afrikaanse universiteit Stellenbosch waarin bewezen staat hoe de Chinese hulp Afrika uit het moeras aan het trekken is. U krijgt evenmin de stem te horen van de presidenten Fidel Castro van Cuba, Tabo Mbeki van Zuid-Afrika, Hugo Chavez van Venezuela, Evo Morales van Bolivia die met respect en vriendschap spreken over de Chinese regering.

U krijgt reportages te zien over Ferrari's op het Tienanmenplein en wanhopige werkzoekenden in Beijing, waarmee bewezen is dat de Chinese regering uit hetzelfde hout gesneden is als de Europese regeringen: alles voor de welstellenden, peanuts voor de gewone man. U krijgt geen reportages te zien over de snel toenemende welvaart onder het volk, over de snelle verspreiding van duurzame consumptiegoederen in de stad en op het platteland, over de wet die de regering samen met de vakbond opstelde en die de ondernemers verplicht collectieve arbeidsovereenkomsten af te sluiten. Onze media zeggen u niet - tenzij ergens verscholen tussen de berichten 'Man valt van dak' en 'Vrouw valt van fiets' – dat de koopkracht van de Chinese stedeling in de eerste jaarhelft van 2008 gestegen is met 10 procent.

U krijgt reportages te zien over de milieuproblemen die inderdaad bijzonder ernstig zijn. Die reportages moeten u echter bewijzen dat de Chinese regering enkel geïnteresseerd is in geld en niet in milieu en gezondheid. U krijgt daarom geen inkijk in de rapporten van Greenpeace waarin staat dat China zeer snel vooruit gaat in milieubeheer en dat het westen heel wat kan leren van het land. U krijgt ook geen inkijk in het rapport van het Internationaal Olympisch Comité van 3 augustus waarin staat dat de lucht in Beijing zuiverder is dan die in New York. U krijgt al evenmin reportages over de groene energie waarvan het gebruik in China procentueel hoger licht dan in het westen. De media berichten u ook niet over het feit dat de Chinese herbebossing de omvangrijkste is ter wereld.

U krijgt reportages over het 'wilde kapitalisme': de Chinese economie zou in handen zijn van binnen- en buitenlandse ondernemers die in roofzucht en uitbuitingspraktijken weinig verschillen van hun Europese voorgangers in de 19de eeuw. Waarmee bewezen is dat het socialisme morsdood is. U krijgt geen reportages te zien waarin aangetoond wordt dat niet de privé-ondernemers maar de Communistische Partij en de regering bepalen welke richting de economie uitgaat, in het belang van de gemeenschappelijke groei van de economie en het sociaal welzijn en niet in het belang van de privé-winst.

Vanwaar die eenzijdigheid?

Hoe komt het dat onze pers zo eenzijdig bericht?
Op 29 maart 2008 schreef journalist Marcel Van Nieuwenborg in De Standaard: "Er zijn 300 miljoen Chinezen boven de armoedegrens uitgekomen, maar dat maakt nog 800 miljoen te gaan." Dat is een absurde bewering. Volgens de Uno leven nog hoogstens 100 miljoen mensen onder de armoedegrens. Van de 800 miljoen van Van Nieuwenborg zijn er 700 miljoen overdreven.
Van Nieuwenborg schrijft in hetzelfde artikel: "Sinds 1949 heeft de Chinese Volksrepubliek zowat om de tien jaar een diepe politieke malaise gekend, die telkens miljoenen slachtoffers heeft geëist. De jongste was de Tiananmen-revolte in 1989." Van Nieuwenborg weet heel goed dat er zelfs volgens The New York Times, die geen China-vriend is, tussen de 400 en 800 doden vielen op en rond het Tienanmenplein. Van Nieuwenborg heeft overdreven met factor 2.000 à 4.000. We mogen gerust aannemen dat Van Nieuwenborg, als het over China gaat, bewust liegt. De reden daarvoor kent alleen hij.

De Belgische ambassadeur in Beijing zegt: "Ik zie in de westerse pers veel onnozelheden verschijnen over het bewind hier." Zoekend naar een reden daarvoor, zegt hij dat wij de gewoonte hebben westerse parameters toe te passen op een land en een volk dat een andere cultuur en een andere geschiedenis heeft dan de onze. Ambassadeur Bernard Pierre: "China zal evolueren volgens Chinese, niet volgens Westerse parameters. Wij vertrekken van het individu om naar een groep te gaan, vanuit het humanisme. Zij vertrekken van de groep in de richting van de persoon. Hoe kun je een systeem opbouwen vertrekkend van een individu, als je met meer dan één miljard individuen bent? Dat leidt alleen tot chaos."

Wie westerse parameters toepast op een ander continent en een andere cultuur, vindt dat zijn parameters en zijn cultuur superieur zijn. De journalist die daarvan overtuigd is, zal onvermijdelijk en bewust of onbewust de feiten die hij brengt vooreerst kiezen en vervolgens ook kleuren naar zijn opvattingen.

Het tijdschrift MO* heeft zich gebogen over de problematiek van de eenzijdige berichtgeving in het westen. Er zijn media, schrijft MO*, die China bekijken door de lens van de Koude Oorlog. China is in die opvatting per definitie een repressieve, dictatoriale politiestaat. MO* slaat de nagel op de kop.

Toen China in 1978 met het hervormingsproces begon, geloofden grote westerse ondernemingen dat China met zijn 1,3 miljard inwoners voor hen een el dorado zou worden. China zou de grootste vrije markt ter wereld worden waar veel contracten en geld te rapen zouden zijn voor de westerse multinationale ondernemingen. Vandaag, 30 jaar later, blijken de grote westerse ondernemingen zich op drie punten zwaar vergist te hebben in China.

Vooreerst. China heeft inderdaad veel westerse technologie en managementkennis in huis gehaald en veel multinationale ondernemingen binnen geloodst. Maar naarmate het land ontwikkelt, doet het steeds minder beroep op het westen. Begin dit jaar besliste de Chinese overheid dat 15 procent van alle energieproductie uit hernieuwbare bronnen moet komen zoals wind en zon. De overheid zei meteen dat de buitenlandse firma’s er bij de opbouw van de nodige infrastructuur nagenoeg niet bij te pas zullen komen. Het land steunt liever op eigen kracht.
In juni 2008 is de firma opgericht die grote Chinese passagiersvliegtuigen gaat bouwen. Tot nu toe moest China zijn grote toestellen vooral bij het Europese Airbus of het Amerikaanse Boeing kopen.

Ten tweede. De grote westerse ondernemingen hadden ook gedacht dat er een vrije markt zou komen en dat na verloop van tijd de Communistische Partij het politieke systeem zou aanpassen aan de vrije markt en dus het socialisme zou laten varen. Dat blijkt een illusie. De Chinese economie blijft stevig in handen van de staat. De vrijheid van de westerse ondernemingen wordt wet per wet aan banden gelegd.

Tenslotte is er het effect wat weinigen verwacht hadden: veel landen van de derde wereld kunnen nu een lange neus maken naar de Verenigde Staten en West-Europa. China klimt naar het voorplan van de wereldeconomie. Het sluit steeds meer handelscontracten af met landen in Azië, Afrika en Latijns-Amerika. De derde wereld kan zich zo losmaken uit de greep van de Verenigde Staten en West-Europa. Vijfhonderd jaar kolonialisme en neo-kolonialisme lopen ten einde.

De bestaansreden van www.infochina.be

Deze elementen voeden de Koude Oorlogssfeer. De lezer zal zich herinneren hoe op het einde van de jaren '90 de Verenigde Staten zich voorbereidden op een New American Century: de 21ste eeuw zou die van de VS zijn, de eeuw van het onbetwiste leiderschap over de wereld. De Sovjet-Unie was uiteengespat en het einde van de geschiedenis was bereikt want het kapitalisme had op alle fronten gezegevierd. Maar nu blijkt het socialisme levendiger dan ooit. De aantrekkingskracht van zijn economisch en sociaal succes reikt tot in alle hoeken van Afrika, Azië en Latijns-Amerika.
Binnen het Amerikaanse en West-Europese zakenleven en bij de politieke vertegenwoordigers daarvan zie je twee reacties op deze evolutie: de enen willen de confrontatie met China aangaan, de anderen willen China alsnog winnen, integreren in de wereldstructuren die het status quo garanderen in de noord-zuid relaties en die de wereldeconomie onder de controle laten van een kleine groep. De laatste jaren wint de confrontatie-lijn aan invloed. De weerslag daarvan, de meer verbeten houding ten opzichte van China, is te zien in een heel aantal artikels en reportages.
Wij hebben de site www.infochina.be opgestart om die tendens te helpen keren. Wij zullen u niet verbergen dat er veel dingen mislopen in China maar we zullen dat op een genuanceerde manier doen. We zullen luisteren naar wat de Chinezen zelf – de overheid en de gewone man – te vertellen hebben. We zullen kritisch zijn, maar op een genuanceerde manier.

Bovenstaande tekst is geschreven door Peter Franssen, redacteur van www.infochina.be op 18 augustus 2008.