Staatsondernemingen op commandopost

Je zou het niet spontaan denken, maar toch: in nagenoeg alle industriële sectoren spelen de staatsondernemingen een betekenisvolle of leidende rol. De economische macht blijft stevig in handen van de staat.

Vanaf het midden van de jaren '90 waren nogal wat mensen van mening dat China een explosie van privé-ondernemingen doormaakte en dat de staatssector steeds verder naar het achterplan verschoof. Dit privatiseringsverhaal klopt niet met de realiteit; in nagenoeg alle industriële sectoren spelen de staatsondernemingen een betekenisvolle of leidende rol. De waarheid is dat de Chinese politici geslaagd zijn in de taak die ze zichzelf in 1995 gesteld hebben: zhuada fangxiao (hou de groten vast en laat de kleintjes gaan). De staatssector heeft miljoenen ondernemingen en werknemers afgestoten en ontelbare verlieslatende bedrijven gesloten. Maar de overblijvende staatsondernemingen zijn heel groot, heel winstgevend en domineren nagenoeg alle industriële en dienstensectoren behalve in de consumentenelektronica en sommige lichte industrieën zoals kleding en schoenen. Dit feit ligt soms verborgen achter de officiële gegevens die staatsondernemingen onderverdelen in staatsbedrijven, aandelenmaatschappijen, limited liability companies (LLC's, ondernemingen met beperkte aansprakelijkheid) en collectieven. Je krijgt pas een correct beeld van de staatsrol in de economie als je deze onderverdelingen samentelt.

De hervorming van de staatssector heeft de structuur van de Chinese economie de voorbije 15 jaar door elkaar geschud. Het aantal staats- en collectieve ondernemingen zakte van 7,6 miljoen in 1995 naar 1,8 miljoen in 2006. Het aantal privé-ondernemingen groeide in dezelfde periode van 655.000 naar 5 miljoen. Meer dan 70 procent van de ondernemingen is nu privé. In het begin van de jaren '90 was dat minder dan 3 procent.

Alle nieuwe jobs in de steden zijn gerealiseerd door privé ondernemingen. Tussen 1995 en 2004 zakte de tewerkstelling in de staats- en quasi-staatssector van 147 naar 97 miljoen. Op tien jaar tijd heeft de privé sector niet alleen 50 miljoen jobs overgenomen van de staatssector maar daarbovenop nog eens 70 miljoen jobs geschapen voor de nieuwkomers op de stedelijke arbeidsmarkt.

De privé sector is dus enorm werkscheppend maar de economische macht blijft stevig in handen van de staat. Er zijn minder staatsondernemingen dan vroeger maar diegenen die overblijven zijn veel groter – dat was ook het doel van zhuada fangxiao. In 2006 was de top 10 van de staatsondernemingen acht keer groter dan de top 10 in de privé. Hun gezamenlijk bedrijfsinkomen bedroeg 3,4 biljoen (een biljoen is duizend miljard) yuan. Dat van de top 10 in de privé was 456 miljard yuan.

Het industrieel product van de staatsondernemingen toont dat het aandeel van de staatssector in de economie veel minder gedaald is dan de evolutie van de tewerkstelling zou laten vermoeden. Tussen 1998 en 2006 zakte het aandeel van de staatsondernemingen en de aandelenmaatschappijen (die in grote mate gedomineerd worden door de staat) in het industrieel product van 59 naar 49 procent. De Chinese privé ondernemingen (buitenlandse niet meegeteld) telden voor slechts 21 procent.

Zelfs als we louter en alleen de ondernemingen tellen die expliciet aangeduid worden als zijnde van de staat, dan nog blijft de graad van concentratie en marktoverheersing opvallend. In 2006 namen de expliciete staatsondernemingen 36 procent van het industrieel product voor hun rekening. Zij realiseerden 44 procent van de industriële winst terwijl ze toch maar 8 procent van het aantal industriële ondernemingen uitmaakten en 25 procent van de industrieel tewerkgestelden telden. De reden hiervoor is dat de staat systematisch weinig rendabele of niet rendabele ondernemingen afstootte terwijl ze sterke, leidende posities behield in rendabele sectoren zoals de mijnindustrie, de olie- en gaswinning, de metalen. Privé ondernemingen zijn actief in de meest competitieve sectoren die slechts 16 procent van de industriële winst realiseren, ook al tellen ze 50 procent van de industriële ondernemingen.

Als we naar de dienstensector kijken, krijgen we hetzelfde schema, maar nog meer uitgesproken. Staatsondernemingen zijn ook hier kleiner in aantal maar ze zijn gemiddeld veel groter en zij houden de sleutels in handen. In 2006 waren de Chinese privé ondernemingen in de dienstensector goed voor 27 procent van het totale bedrijfsinkomen, ook al telden zij voor 63 procent van het aantal. Hoe groot de staatssector is, hangt af van de wijze waarop je de aandelenmaatschappijen en de collectieve ondernemingen telt. Wij denken dat je deze ondernemingen bij de staatsondernemingen moet tellen. In dat geval heeft de staat 35 procent van de ondernemingen in de dienstensector onder haar hoede en heeft ze 63 procent van de inkomsten in deze sector.

De overheid deelt de inkomsten van de dienstenctor op naargelang de eigenaar van de ondernemingen. In die opdeling gebruikt de overheid een heel beperkende definitie om de sector 'staat' te omschrijven. De cijfers zijn daarom onbetrouwbaar. Iedere bankier of verzekeraar zal je zeggen dat hun sector een staatsmonopolie is: het aandeel van de privé en van de buitenlandse ondernemers en financiers is zeer klein. Toch kan je in de officiële rapporten lezen dat de staatsbanken voor slechts 48 procent van het inkomen tellen. In de verzekeringssector is dat staatsaandeel zelfs maar 5 procent. Dat komt omdat de meeste banken en verzekeraars geherstructureerd zijn tot aandelenmaatschappij of LLC's. Als je deze ondernemingen terug in de sector 'staat' onderbrengt, kloppen de cijfers al heel wat beter: 97 procent voor de verzekeringssector en 94 procent voor het bankwezen vallen onder de noemer 'staat'. Het aandeel van de staat in de inkomens in de andere dienstensectoren schommelt tussen de 40 en de 70 procent. De leidende rol van de staatsondernemingen is in de dienstensector nog groter dan in de industrie.

Bovenstaande is de vertaling van een artikel van Arthur Kroeber en Rosealea Yao, Financial Times, 14 juli 2008. Het is hier terug te vinden: http://www.ft.com/cms/s/0/a1a23c06-5167-11dd-a97c-000077b07658.html