In een zopas vrijgegeven rapport over de bestrijding van de armoede in China schrijft de Wereldbank dat het resultaat onthutsend positief is. Het deel van de Chinese bevolking dat onder de armoedegrens van de Wereldbank leeft is gedaald van 65 procent in 1981 tot 4 procent vandaag. Dat is een daling met 520 miljoen mensen. Het ritme van de armoededaling varieert. De voorbije 6 jaar nam de daling nog toe: sinds 2001 daalde het aandeel van 16 naar 4 procent. De overblijvende armoede heeft drie grote oorzaken: tegenvallende oogsten, langdurig ziek vallen en werkloos worden. De Wereldbank schrijft dat de Chinese overheid de twee laatste oorzaken "met een indrukwekkende lijst van programma's de voorbije jaren aanpakt" gaande van financiële bijstand voor de armsten als zij ziek worden, uitbouw van een coöperatief medisch stelsel op het platteland, gratis onderwijs tot de leeftijd van 12, stelselmatige verhoging van de minimumlonen, stelselmatige verhoging van het minimuminkomen...
Het rapport heet "From poor areas to poor people: China’s evolving poverty reduction agenda" , het is vrijgegeven op 8 april 2009 en telt 264 bladzijden.