China bouwt momenteel een 100-tal dammen in voornamelijk Aziatische en Afrikaanse landen. De grootste daarvan ligt in Sudan. Die zal de elektriciteitsproductie in dat land verdubbelen.
Energie-opwekking is het eerste doel van de dammen. De dammen bieden ook bescherming tegen overstromingen en maken terreinen vrij voor ertsontginning. De Afrikaanse en Aziatische landen zien de Chinezen graag komen.
De Amerikaanse niet-goevernementele organisatie International Rivers met zetel in Berkeley, Verenigde Staten, heeft over de kwestie een rapport geschreven. De opstellers zijn niet onverdeeld positief. Ze zeggen dat de Chinese dambouwers en de overheid van de betrokken landen te weinig bekommerd zijn om de ecologische gevolgen. De Chinezen en de overheid hebben ook te weinig oog voor de belangen van de plaatselijke bevolking die dikwijls zonder veel opvang en vergoeding verplicht wordt te verhuizen.
Hulp en leerschool
Toch kijken de auteurs van het rapport positief tegen de Chinese inspanningen aan. Het doel van de dammen is in eerste instantie de landen uit hun onderontwikkeling te halen, ook al verbergen de Chinezen niet dat ze er zelf ook baat bij hebben. Het contract voor de bouw van de dammen is meestal een onderdeel van een grotere handelsovereenkomst. De Chinezen spreken daarom van een win-win situatie.
De opstellers van het rapport beginnen hun tekst met een paar opmerkelijke uitspraken van Afrikaanse en Aziatische politici. We citeren er enkele.
Joseph Kabila, president van de Democratische Republiek Congo: "De Chinese banken zijn bereid onze Vijf Werken te financieren: water, elektriciteit, onderwijs, gezondheidszorg en vervoer. Voor de eerste keer in de geschiedenis zullen de Congolezen echt voelen waarvoor koper, kobalt en nikkel goed zijn."
Huot Pongan, Cambodjaanse vice-minister van Industrie, Mijnen en Energie: "We hebben niet genoeg elektriciteit. China is die klus voor ons aan het klaren. We hebben de middelen niet om onze mijnen en onze ertsen te ontginnen. China wel.”
Abdoulaye Wade, president van Senegal: "De manier waarop China onze problemen benadert past ons beter dan de langzame en dikwijls betuttelende en neokoloniale houding van de Europese investeerders, donororganisaties en niet-goevernementele organisaties. Het Chinese model van snelle economische ontwikkeling is een leerschool voor Afrika."
Vanuit het westen komt de kritiek dat China niet bekommerd is voor de mensenrechten en de corruptie in de betrokken landen. Je voelt dat de auteurs het min of meer eens zijn met deze kritiek maar ze geven toch twee citaten om het standpunt van de Chinezen te verduidelijken.
Het eerste is van Liu Jianchao, de woordvoerder van Buitenlandse Zaken: "China volgt het principe van niet-inmenging in de binnenlandse aangelegenheden van andere landen. Wij zullen nooit aanvaarden dat een ander land zijn opvattingen, sociaal systeem of ideologie oplegt aan China. Dat zullen wij ook nooit doen tegenover andere landen."
Het tweede citaat is van Li Ruogu, de voorzitter van de China Export-Import Bank, de belangrijkste financier van buitenlandse activiteiten: "Het is fout te stellen dat wij niet bekommerd zijn voor het milieu en de sociale rechtvaardigheid. Maar je kan de ontwikkeling van een land niet stopzetten omdat er corruptie zou zijn. Dat helpt niet. Je gaat toch ook niet stoppen met eten omdat je je kan verslikken."
Wereldleider
China is de eerste dambouwer ter wereld. Het land heeft een grote ervaring. De helft van alle grote dammen ter wereld ligt in China. De Chinese ondernemingen zijn een stuk goedkoper dan de westerse en ze werken bijzonder snel.
De grootste dambouwer is Sinohydro, een staatsgroep die bestaat uit 23 ondernemingen en twee holdings. Zowat 80 procent van alle dammen voor elektriciteitsopwekking in China zijn gebouwd door Sinohydro. De voorbije 3 jaar kreeg de groep telkens reprimandes van de Chinese overheid omdat ze te weinig oog zou hebben voor de internationale milieuregels.
De grootste dam die Sinohydro momenteel bouwt is de Merowe Dam in Sudan. Die zal de elektriciteitsopwekking in dat land verdubbelen. De Chinese maatschappij legt daarvoor een meer aan dat 174 kilometer lang is en een oppervlakte heeft van 476 vierkante kilometer. De belangrijkste financier van het project is de China Export-Import Bank met 520 miljoen dollar.
Niet alleen in Sudan zijn de Chinezen actief. Een greep uit de 39 landen waar China nu dammen aan het bouwen is: Iran, Kazachstan, Kirgizië, Nepal, Tadjikistan, Pakistan, Indonesië, Filippijnen, Vietnam, Cambodja, Laos, Burundi, Centraal Afrikaanse Republiek, Democratische Republiek Congo, Ethiopië, Mozambique, Algerije, Nigeria, Syrië, Turkije, Uganda, Zambia...
Normen
In oktober 2006 heeft de Chinese overheid regels uitgevaardigd waaraan Chinese ondernemingen in het buitenland zich moeten houden. Die principes zijn onder meer:
- Wederzijds respect, gelijkheid, wederzijds voordeel en complementariteit in een win-win situatie;
- Respect voor het milieu;
- Bescherming en ondersteuning van de plaatselijke gemeenschappen;
- Respect voor de plaatselijke wetten en gebruiken;
- Bescherming van de belangen en de rechten van de plaatselijke werknemers;
- Oog voor de veiligheid op het werk;
- Goede verstandhouding nastreven met de bevolking.
In augustus van dit jaar publiceerde de Chinese Export-Import Bank gedragsregels voor de bescherming van het milieu. De ondernemers zouden geen lening krijgen als ze niet volgens die regels werken. Ook de SASAC, het ministerie dat controle uitoefent over de 100 grootste staatsondernemingen, heeft regels opgesteld.
Zoals alles in China is er tijd nodig om deze regels ook in de prakijk af te dwingen. Naarmate wij en de Afrikaanse en Aziatische landen sterker worden, technologisch beter en productiever, kunnen we de lat telkens hoger leggen, zeggen de Chinezen.
International Rivers, 'The New Great Walls: a Guide to China's Overseas Dam Industry', Berkeley, USA, juli 2008, 43 blz.