(Dit is het vierde deel van een dossier. Voor verwijzing naar de andere delen: zie onderaan dit artikel.)
De weerslag van China's buitenlandse politiek op de positie van de Verenigde Staten in de wereld is het grootst in het oosten van Azië. De verhouding van de landen in dit gebied tot de VS is in nauwelijks vijftien jaar grondig gewijzigd.

Het oosten van Azië bestrijkt de regio van Japan en Korea in het noorden over China en Taiwan tot het zuid-oosten van Azië met de landen Brunei, Cambodja, de Filipijnen, Indonesië, Laos, Maleisië, Myanmar, Oost-Timor, Singapore, Thailand en Vietnam. Deze laatst genoemde landen zijn, op uitzondering van Oost-Timor, lid van de ASEAN, de Associatie van Zuid-Oost Aziatische Naties. Alleen al de ASEAN telt ruim 600 miljoen inwoners. De regio is zeven keer groter dan Frankrijk.
De Verenigde Staten hebben 'Asia Pacific' – het deel van Azië aan de Stille Oceaan – altijd van het grootste belang gevonden voor het in standhouden van hun leidende positie in de wereld. Dat is nog zo.
De Stille Oceaan verbindt de economisch sterkste natie ter wereld met het grootste en meest volkrijke continent ter wereld. Het gebied van Azië aan de Stille Oceaan is de snelst groeiende regio in de wereld. Japan, Korea en Taiwan horen naast China allemaal tot de top acht van de Amerikaanse handelspartners. China, Japan, Zuid-Korea en Hong Kong hebben samen ruim de helft van de Amerikaanse schatkistcertificaten die in buitenlandse handen zijn. Het Pacific Command, dat is het Amerikaanse commando voor het gebied van de Stille Oceaan, heeft permanent 300.000 soldaten, 190 schepen en 1.400 vliegtuigen onder zijn bevel.
In het jaarlijkse East Asia Strategy Report van het Amerikaanse ministerie van Defensie kan je keer na keer lezen dat de VS Azië beschouwen als hun natuurlijke habitat. Een Democraat als Clinton of een Republikein als Bush in het Witte Huis maakt geen verschil. Telkens staat er: wij zijn een 'Asian power'. De Verenigde Staten zeggen dat ze een onmisbare factor van regionale stabiliteit zijn, de behoeder van de regionale veiligheid, de beschermer van Zuid-Korea en Taiwan, en – niet te vergeten – de bewaker van vrijheid en democratie.
Crisis van 1997 is keerpunt
De ommezwaai in de verhouding van het oosten van Azië tot de VS komt in het midden van de jaren '90 op gang. In 1990 voert China slechts 7 procent in van wat de ASEAN-landen uitvoeren. Maar vanaf dan gaat hun handel snel omhoog. Tussen 1993 en 2001 bedraagt de stijging van de wederzijdse in- en uitvoer gemiddeld 75 procent per jaar. In 1990 is de handel tussen China en de ASEAN-landen 7 miljard dollar waard. In 2008 231 miljard dollar.
In 1997 breekt de dramatische Aziatische crisis uit. Speculanten openen een offensief tegen de Thaise munt. Noodgedwongen voert de regering in Bangkok een devaluatie door. Daarop breekt paniek uit: de beurzen tuimelen naar beneden, de mensen bestormen de banken in de hoop de weinige spaarcenten die ze hebben terug te krijgen, de werkloosheid schiet omhoog, duizenden ondernemingen gaan failliet. Thailand hoopt in die zwarte dagen op steun uit de Verenigde Staten. Want het land is sinds de Tweede Wereldoorlog een trouwe bondgenoot van de VS. Maar Amerika doet niets. Erger nog: de VS verwerpen de idee van Japan om een Aziatisch Monetair Fonds op te richten om via die weg de zwaarst getroffen landen zoals Thailand en Indonesië (nog een erg trouwe VS-bondgenoot) uit het slop te trekken.
Tijdens de crisis devalueert China zijn munt niet. Daardoor kunnen de ASEAN-landen zonder bijkomende Chinese concurrentie aan het herstel van hun uitvoer beginnen. De Maleisische eerste minister Mahathir Mohamad zegt twee jaar later: “Tijdens de crisis gedroeg China zich op een manier die lof verdient. China besliste zijn munt niet te devalueren. De landen van de regio waarderen dat ten zeerste. China's samenwerking en hoge zin voor verantwoordelijkheid hebben de regio behoed voor een nog veel slechter scenario.”
Een paar jaar later schrijft Jonathan Anderson, de China economist van de Zwitserse bank UBS: “Tien jaar geleden nam Japan 20 procent van de uitvoer van de ASEAN-landen voor zijn rekening. Vandaag is dat nog 10 procent. China speelt nu de economische rol die Japan vroeger speelde. Vorig jaar (2003) importeerde China zelfs bijna de helft van de uitvoer van de ASEAN.”
Na de crisis van 1997 zegt China dat de ASEAN en China elkaar nodig hebben, en dat ze elkaar kunnen steunen en helpen op voet van gelijkheid en wederzijds voordeel. In de herfst van 2001 stelt China de ASEAN voor een vrijhandelszone te creëren. Het jaar daarna ondertekenen de 10 lidstaten van de ASEAN en China het akkoord waarbij op 1 januari 2010 de vrijhandelszone voor een groot stuk al realiteit wordt. Zo ontstaat een eengemaakte markt van haast 2 miljard mensen, de grootste ter wereld. De Verenigde Staten hebben in dit proces niets in de pap te brokken.
Het belang van de vrijhandelszone is niet alleen economisch: zo'n regio met open grenzen impliceert dat alle betrokkenen er heil inzien dat alle partners groeien en sterker worden. Dat schept een sfeer van vertrouwen. Zoals de Amerikaanse sinoloog David Shambaugh opmerkt: “De meeste lidatsten van de ASEAN beschouwen China als een goede buur, een opbouwende partner, een land dat luistert naar hun problemen en een regionale macht waar geen dreiging van uitgaat.”
Hoe verzwakt de VS uit deze evolutie komen, beseft ook het invloedrijke Center for Strategic and International Studies in Washington. Het Center schrijft in maart 2009: “Het gebrek aan aandacht voor de zuid-oost Aziatische crisis in 1997 is de Verenigde Staten duur te staan gekomen. De wonden in zuid-oost Azië zijn nog lang niet geheeld. Wat in de herinnering blijft hangen is dat de VS de regio in de steek lieten en dat China ter hulp snelde. De financiële crisis van 1997 was het ogenblik dat de VS steeds minder betrouwbaar werden en China een potentiële alternatieve bron voor hulp.”
Japan en Zuid-Korea meetrekken
De voorbije vijftien jaar heeft China eenzelfde economische lijn gevolgd tegenover Japan en Zuid-Korea als tegenover de ASEAN. Die berust in eerste instantie op het verhogen van de wederzijdse handel en de economische samenwerking om zo vertrouwen op te bouwen. In 1990, op het einde van de Koude Oorlog, bedraagt de handel tussen China en Japan 16 miljard dollar en die tussen China en Zuid-Korea 3,8 miljard dollar. In 2005, nauwelijks 15 jaar later, is de handel met Japan gegroeid tot 213 miljard dollar en die met Zuid-Korea tot 111 miljard dollar. Dergelijke steile opgang van de handel is zelden gezien in de geschiedenis.
Japan en Zuid-Korea zijn sinds het einde van de Koude Oorlog de twee belangrijkste bondgenoten van de Verenigde Staten in Azië. De Amerikanen hebben nu nog altijd 36.000 soldaten in Zuid-Korea en 50.000 soldaten in Japan. Het is evident dat de economische samenwerking met China de Amerikaanse bondgenootschappen op zijn minst verzwakt.
In 2007 wordt China de eerste handelspartner van Japan. De VS verliezen de positie die ze al sinds 1945 bezet hielden. Al in 2004 had China de VS ook al vervangen als de voornaamste handelspartner van Zuid-Korea. China en Zuid-Korea hebben hun handelsrelaties nochtans pas in 1992 genormaliseerd. Nu werken honderdduizenden Zuid-Koreanen in China en zijn er ruim 8.000 Zuid-Koreaanse ondernemingen in China gevestigd. De groeiende economische banden tussen Zuid-Korea en China en tussen de ASEAN-landen en China hebben gevolgen voor de positie van Japan dat geen zin heeft als het enige grote Amerikaans bastion geïsoleerd te geraken. Japan heeft verder ook minder speelruimte omdat China economisch sterker geworden is dan Japan. In 1977 was het bruto binnenlands product (wat in één jaar geproduceerd wordt) van Japan drie keer groter dan dat van China. Nu heeft China Japan voorbijgestoken. En tenslotte kan geen enkel land, ook Japan niet, het zich permitteren de enorme markt in China links te laten liggen zonder zijn economie grote kansen op vooruitgang te ontzeggen. Met andere woorden: de gewijzigde toestand duwt Japan weg van de VS, richting China.
Met dit als gevolg: in 2003 formuleert de Chinese premier Wen Jiabao het voorstel ook Japan en Zuid-Korea toe te laten tot de vrijhandelszone met de ASEAN. In 2007 worden de krachtlijnen daarvan effectief vastgelegd.
Naar een Oost-Aziatische eenheidsmarkt
Dit proces stimuleert de idee dat het oosten van Azië, net als Europa, de weg moet kiezen van economische integratie. De VS zien zo'n evolutie niet zitten. De Amerikanen hebben na de Tweede Wereldoorlog het integratieproces in Europa opgestart met het doel de Sovjet-Unie beter te kunnen afblokken. Maar nu, in het Oost-Aziatische geval, leidt de integratie niet naar het afblokken van China maar naar de versterking ervan. Toen eerste minister Mahathir Mohammad in 1993 een plan aankondigde om Oost-Azië economisch te verenigen, schoten de VS en Japan dat idee onmiddellijk af. De Amerikanen hadden op dat ogenblik nog een resem stijf gehoorzamende bondgenoten.
In 2005 zijn de verhoudingen al grondig gewijzigd. Japan – uitgerekend Japan – zegt dat het tijd is een proces op te starten dat moet leiden naar een economische integratie van Oost-Azië. De VS weten niet waar ze het hebben. Een regeringswoordvoerder zegt: “De Verenigde Staten zijn erg bezorgd dat zij niet betrokken worden bij dit plan. Wij zijn natuurlijk voor integratie, economische ontwikkeling en een dialoog tussen alle landen van deze regio, maar wij willen niet uitgesloten worden van die dialoog. De Verenigde Staten zijn een Westerse Pacifische macht. Wij denken dat wij stabiliteit en zekerheid brengen tussen al de landen dan deze regio. Sinds de Tweede Wereldoorlog hebben wij een belangrijke rol gespeeld in de welvaart en het succes van Oost-Azië. Wij denken dat wij de komende decennia eveneens een rol te spelen hebben.” De Verenigde Staten hebben sinds de Tweede Wereldoorlog haast 10 miljoen Oost-Aziatische doden op hun geweten door het ontketenen van oorlogen tegen Korea, Vietnam, Laos en Cambodja en door het organiseren van staatsgrepen en massamoorden in onder meer Indonesië en Oost-Timor en op de Filipijnen. In het Amerikaanse jargon heet dat: “Wij hebben een belangrijke rol gespeeld in de welvaart en het succes van Oost-Azië.”
In 2009 is de toestand verder uitgediept: de bondgenootschappen in de regio en zonder de VS zijn gegroeid en sterker geworden. Japan doet een nieuwe oproep tot het vormen van een Oost-Aziatische Gemeenschap naar het voorbeeld van de Europese Unie. In de praktijk vormen wij al een gemeenschap die steeds nauwer samenwerkt, zegt premier Yukio Hatoyama. "Wij moeten ons inspannen om Oost-Azië tot een eengemaakt centrum te maken, net als de VS en Europa,” aldus de premier. Eerder op het jaar had de Chinese premier, op bezoek in Thailand, een gelijkaardig voorstel gedaan.
Na de financiële crisis van 1997 is een dynamiek op gang gekomen waarvan na enkele jaren duidelijk werd waar ze zou uitkomen. Historicus Paul Bowles schreef toen: “De contouren van het tijdperk na de financiële crisis worden door de staat getekend. De bedoeling is Azië een grotere politieke autonomie en macht te geven ten opzichte van de rest van de wereld en in het bijzonder tegenover de Verenigde Staten en de financiële instellingen die de Amerikanen controleren.”
Professor Bergsten van het Peterson Institute for International Economics in Washington concludeert: “China steunt de tot standkoming van een krachtig Aziatisch handelsblok. Het netwerk van regionale akkoorden startte met een akkoord tussen China en de ASEAN. Het is intussen uitgebreid met nagenoeg alle mogelijke banden: akkoorden tussen Japan en de ASEAN en tussen Zuid-Korea en de ASEAN, diverse bilaterale partnerships, misschien zelfs een partnership tussen China en India, een 10+3 akkoord tussen de tien ASEAN-leden en alle drie de noord-oostelijke Aziatische landen en misschien zelfs een 10+6 waarin ook Australië, Nieuw-Zeeland en India zouden zitten. Al die akkoorden zullen waarschijnlijk binnen de tien jaar leiden naar een Oost-Aziatische vrijhandelszone onder leiding van China. Zo'n regionale groepering betekent een zware slag voor de Verenigde Staten en Europa.”
Dit artikel is geschreven door Peter Franssen, redacteur van www.infochina.be op 9 december 2009.
Dit is het vierde deel van het dossier 'Hoe China de wereld verandert'. De vier andere afleveringen zijn:
1. China zet de deuren open. Klik: http://www.infochina.be/nl/node/335
2. Eindelijk ontwikkeling in zwart Afrika? Klik: http://www.infochina.be/nl/node/336
3. Eenheid in Latijns-Amerika. Klik: http://www.infochina.be/nl/node/337
5. Het Zuiden in opkomst. Klik: http://www.infochina.be/nl/node/339
Bronnen voor dit deel (in volgorde van gebruik)
- M. Taylor Fravel en Richard J. Samuels, 'The United States as an Asian Power: Realism or Conceit?', MIT Center for International Studies, april 2005
- Jenny Clegg, China's Global Stategy | Towards a Multipolar World, Pluto Press, Londen 2009, blz. 35
- Macabe Keliher, 'Replacing US in Asian export market | Part 1: The dragon seizes market share', Asia Times Online, 11 februari 2004
- Carola McGiffert, a.w., blz. 83-86
- 'A stronger yuan in regional trade', China Daily, 23 november 2009
- Joshua Kurlantzick, Charm Offensive | How China's Soft Power is Transforming the World, Yale University Press, 2007, blz. 34-35
- Martin Jacques, When China Rules the World | The End of the Western World and the Birth of a New Global Order, Penguin Press, New York 2009, blz. 278
- Mark Beeson, 'The United States and East Asia: The decline of long-distance leadership?', The Asia-Pacific Journal, 26 oktober 2009
- David Shambaugh, 'China engages Asia', International Security, Volume 29, Issue 3, winter 2004-2005
- Kishore Mahbubani, a.w, blz. 267-268
- Jean-François Susbielle, China-USA, la guerre programmée | Le XXe siècle sera-t-il le siècle de la revanche chinoise?, Editions Générales First, Parijs 2006, blz. 312-313
- 'The cold war in Asia', The Economist, 5 oktober 2006
- William Blum, Killing Hope | US Military and CIA Interventions Since World War II, Common Courage Press, Main 1995, blz. 39-45, 122-145 en 193-198
- 'Asian EU a "long-term" goal', Xinhua, 3 november 2009
- Paul Bowles, 'Asia’s Post-Crisis Regionalism: Bringing the State Back in, Keeping the (United) States Out', Review of International Political Economy, zomer 2002, blz. 230-256
- C. Fred Bergsten, 'How Washington Should Respond to China's Economic Challenge', Foreign Affairs, juli-augustus 2008