Ontmoetingen in Beijing
in

Meer dan twintig jaar geleden hadden we voor het eerst contact met elkaar, in Antwerpen. Zij studeerde modern hotelbeheer, ik wou het toerisme naar China ontwikkelen. Zij, dat is Zhang Youlan, een gewoon middenkader in China en nu op pensioen. Ik evengoed. Bijna jaarlijks ontmoetten we elkaar opnieuw in Beijing.

Youlan vindt dat de Chinese overheid te veel de economie van de Verenigde Staten gevolgd heeft en dat daardoor nu veel Chinees geld verloren gaat. Zij hoort bij haar vrienden een roep naar meer zelfstandigheid. “De boeren hebben geld, dat moet gebruikt worden om in onze eigen economie te investeren,” zegt ze. Ik antwoord haar dat naar mijn gevoel de Chinese economie niet zo erg afhankelijk is van de Amerikaanse, dat China niet zo kwaad lijdt onder de financiële crisis. “De Verenigde Staten hebben de gehele wereld bestolen om hun problemen op te lossen,” voegt ze eraan toe. Het is inderdaad wellicht de grootste bankroof aller tijden. “Van de slag wordt het marxisme populairder in China, het komt weer meer aan bod in de media en in de gesprekken,” zegt ze nog. En tot besluit een nationale fierheid: “In de VS wordt iedereen armer, behalve de Chinezen die er wonen, want die zitten niet vol schulden.” 

Golfers in de metro

Als we samen de bus nemen – die rijden nu op gas en niet meer op diesel - bekijken we de appartementen in de omgeving. “Die daar, dat zijn er voor rijken,” zegt Youlan, “ze zijn groot en zeer comfortabel uitgerust. Een superrijke Hongkonger heeft dit complex van woontorens laten bouwen.” Een appartement kopen wordt een probleem in Beijing, voor 50 vierkante meter betaal je nu 100.000 euro. Een migrant met een voorlopige baan kan dit bedrag niet aan. We nemen de metro. Zeer netjes en flink bewaakt, handtassen gaan de scanner in en er zijn bewakers op de perrons. Dat deed me denken aan de scherpe veiligheidscontroles op de luchthavens in China. Waar een aansteker in Zaventem nog doormocht, ging hij onherroepelijk de recuperatiebak in bij het nemen van een binnenlandse vlucht. Binnen de luchthaven zijn de aanstekers 'genationaliseerd', in de ruimtes voor rokers staan publieke aanstekers.

In de metro zijn er geen bedelaars te zien, geen verkopers en geen daklozen die er zich komen verwarmen. Lijn 5 van de metro zit altijd barstensvol, het is de enige directe noord-zuid verbinding. Rechtover ons zitten twee gepensioneerde mannen. Zij komen net terug van een golfpartij, zij hebben hun sticks bij. Gewone mensen, ik neem aan dat zij geen fenomenale som moeten betalen om te kunnen golfen. Zij verplaatsen zich ook niet in een standing 4x4 wagen, neen, zij nemen de metro. Bovendien dragen ze geen super kledij-uitrusting die in onze regionen bij het golfen hoort.

Tibetanen bij het Vogelnest

Een bezoekje aan het Olympisch stadium. Prachtige architectuur dat Vogelnest. Dit stadium zal nog veel geld opbrengen: er zijn duizenden bezoekers per dag, inkom 50 yuan (5 euro). Veel Chinezen willen dit zien. Wij kruisen een groepje Tibetanen, die zich elk om beurt laten fotograferen met het Vogelnest op de achtergrond. Een nabije straat vol grote restaurants is afgestemd op het massatoerisme. Bussen rijden af en aan. Blijkbaar mogen paardenkarren met groenten en fruit nog tot vlakbij de 4de ring rond Beijing doordringen. De mensen kopen. Een groep Chinese toeristen, allen met hetzelfde kleurige petje op. Min of meer gedisciplineerd in groep iets bezoeken stoort hen niet, Chinezen zijn tegelijk zeer individualistisch en groepsgebonden. Wie van ons zou in zo’n groep willen lopen, met zo’n belachelijk petje op,... behalve tijdens een vakbondsbetoging? 

Ecotoerisme

Youlan heeft een droom. Zij is de stad min of meer beu en wil op het platteland gaan wonen. Haar schoonvade, 86 jaar, was een boer. “Hij beschikt nog altijd over zijn 6 mu grond (bijna een halve hectare), maar hij verhuurt die grond aan een firma die met machines verschillende akkers tegelijk bewerkt. De verhuur brengt hem 4.000 yuan per jaar op. Met een beetje steun van ons heeft hij meer dan genoeg voor zijn oude dag. Hij woont in een mooi huis. De regering verlengde onlangs het gebruiksrecht van de grond voor de boerenfamilies van 30 tot 70 jaar. De oudere boeren kunnen zo blijven wonen waar ze nu zijn, hun grond verhuren en er een inkomen uithalen. In veel plattelandsdorpen blijven alleen nog de ouderen over. De jongere generatie is verhuisd naar de steden.

Maar mijn schoonzusters zijn nog actief in de landbouw, in het dorp van mijn schoonvader. Ik heb het plan om er te gaan wonen en hen te helpen. Hen wat meer doen samenwerken, bijvoorbeeld bij het commercialiseren van hun landbouwproducten. Of mijn relaties aanwenden om daar te investeren in een verwerkend atelier. En enkele gebouwen van het dorp ombouwen voor de ontvangst van groepjes ‘ecotoeristen’, want jonge stedelingen herkennen geen kip of varken.” Een soort kinderboerderij dus. Zij vroeg me wat ik dacht van haar droom. Ik zei dat, met de winter voor de deur, het goed is te zien of in de komende lente de droom echt wortel schiet. Mijn Chinees antwoord leek haar te bevallen.

Restaurants en geneeskruiden

Natuurlijk gaan we samen op restaurant. Veel Chinezen doen dat, voor relaties of om niet te moeten koken. Het valt me wel op dat veel gezelschappen dure menu’s bestellen. Er is telkens wel een reden. De toekomstige schoonouders gunstig stellen of gewoon gezien worden. In een restaurant kijken de mensen naar wat je bestelt en eet. Ze kijken naar wat er in je boodschappentas zit, vooral als die doorzichtig is. Ze kijken hoeveel geld er in je portefeuille zit, enfin, ze kijken naar wat ze kunnen kijken. Dat belet niet dat de eters de restjes laten inpakken en meenemen naar huis. Youlan nam zelfs de soep en de rest van de nootjes mee.
Een goed restaurant is trouwens niet zo duur: 4 euro voor een prima gerecht. “In de kantine van het ziekenhuis is het nog goedkoper,” verzekert Youlan me, “voor een uitgebreide maaltijd met vier gerechten betaal je 2 euro.” 

Televisie

’s Avonds is er op TV een verslag over de verkiezingen in de Verenigde Staten. Heel kort. De dagen voordien was er vrijwel niets over gezegd, geen deelname aan de show. Nu interviewen journalisten de mensen in de straat. “Dat zijn onze zaken niet”, “Wat zal het nieuwe Amerikaanse bewind doen met de financiële crisis?”, “Eén man zal de dingen niet veranderen”. 

De minister van Arbeid komt ook op het scherm en klonk overtuigend toen hij zei dat China, ondanks de financiële crisis, zijn doelstelling voor 2008 zal halen wat het creëren van nieuwe banen betreft: 10 miljoen, jawel, je leest goed! Een journalist interviewt de baas van Yiwu, het groot winkelcomplex voor toeristen. Dat trekt nu 30 procent minder kopers uit de USA. Maar meer uit Rusland, Iran en Afrika.

Ik heb nog nooit premier Wen Jiabao met zo'n stralende glimlachend gezien. Hij was op bezoek bij Poutin en Medvedev in Rusland. Ze hebben het oude grensconflict bijgelegd, een nauwere samenwerking leek beider partijen te zinnen. Wen Jiabao was ook in Kazachstan om er deel te nemen aan een vergadering van de zogeheten Shanghai Groep, een samenwerkingsverband tussen Rusland, Centraal Azië en China.

Na het journaal volgt een Tibetaanse show, een uitgebreide folkloregroep die in de Chinese steden voorstellingen geeft. Terwijl bij ons de Amerikaanse verkiezingshow onze salons teisterde.

Nieuw Qianmen

's Anderendaags gaan we het nieuwe Qianmen bezoeken. Onderweg zien we een migrante, die weeklagend met kind, pak en zak op de stoep voor een politiebureau kampeert. De politie parlementeert met haar. Dat duurt lang. Twee uur later komen wij er opnieuw voorbij. Het tafereel is nog altijd niet veranderd.

De hoofdstraat van de Qianmen wijk, net ten zuiden van het centrale Tiananmen-plein, is al heropgebouwd. Dit was een zwarte rommelige wijk, met honderden oude bouwvallige huisjes. Sommigen bij ons doen heel verontwaardigd over het afbreken van de oude wijk: “Beijing vernielt stelselmatig zijn cultureel erfgoed ten voordele van mega winkelprojecten,” klinkt het. De Belg Olivier Meys heeft er zelfs de documentaire “Qianmen: tussen het puin” over gemaakt. Hij geeft het woord aan oude mensen die moeten verhuizen, wat niet naar hun zin is.

Maar daarmee heb ik nog niet gezegd hoe Qianmen er nu uitziet. De stad heeft de hoofdstraat heropgebouwd naar foto’s van het begin van de twintigste eeuw. De gevels van de huizen zijn identiek als wat ze toen waren. De straat is autovrij. In het midden ligt een tramlijn, ook conform aan de tijd van toen. Twee tramstellen staan als mascotte aan het begin van de straat. En dit alles op één jaar tijd, iets meer dan een kilometer lang, verbazend. De benedenruimtes van de stijlhuizen zijn voorbehouden voor winkels – daar heb je ze – maar die staan nu nog meestal leeg.

De zijsteegjes van de hoofdstraat zijn nog niet heropgebouwd, maar worden volgens plan klassieke gemoderniseerde hutongs. Nu al loopt de straat vol mensen. Het geheel, eens voltooid, wordt een sterke attractie voor het centrum van Beijing. Het Tiananmen plein krijgt een wandelverlengstuk naar het zuiden.

De straat zal niet zo schreeuwerig zijn als de beroemde winkelstraat Wangfujing. Reclame op de gevels is er niet en lijkt ondenkbaar. Twee oeroude restaurants zijn heropend, één ervan begon in 1722 te serveren. De beroemde zijstraat Dazhalan is nog niet gerenoveerd. Daar kunnen onze toeristen nog even naar toe om foto’s te nemen van de typische zwartgeblakerde bouwvallige hokjes, die restaurants blijken te zijn maar waar zijzelf niet eten. Zij slapen overigens in het comfortabele Dongfang Hotel, niet ver weg, waar ze in de bar kunnen zeuren over 'het verdwijnen van het oude Beijing'. Een positief ding in Dazhalan: de winkels mogen er geen luidsprekers meer op de stoep plaatsen, je verstaat nu wat je koopt. Youlan vindt Qianmen mooi. Zij heeft het tegen de hoge torens, niet tegen de sanering van oude wijken: “Vele ouderen zeggen dat Beijing zijn karakter verliest en als New York geworden is.”

Youlan deponeert onderweg nog wat cash geld op haar rekening via een automaat, dag en nacht beschikbaar. Dat bestaat bij ons nog niet. De files aan de muur om cash geld af te halen zijn minder lang in China dan bij ons. Ik denk dat de mensen hier genoeg cash voorzien of minder onvoorzien uitgeven.

Ik post – op zijn ouderwets - een brief naar België. Op de omslagen zit nog geen boordje lijm. In het postkantoor hebben ze nu lijmstick. Vroeger stonden het potje met borsteltje en lijm op de toonbank. 

Een andere afbraakwijk

Ten zuiden van het oude treinstation van Beijing is er nog een zeer grote wijk van oude lage woningen. Ook daar is de stad aan het renoveren. Het zijn voor het grootste deel krotten, met eternietplaten en met dik karton hier en daar opgelapt. Hier wonen nog duizenden mensen. Vooral ouderen, maar ook nog jonge gezinnen met kleine kinderen. Het groen, de bomen in die steegjes zijn wel aantrekkelijk. Hoe is Beijing van plan om een leefbare binnenstad te creëren vol grote verkeersaders? Of hebben ze een andere notie van wat leefbaar is? In de af te breken wijken heerst een zekere gelatenheid en neerslachtigheid. Er is hulp, de bewoners krijgen een vergoeding, maar een half krot is niet veel waard. Er is niets voor niets. Mensen moeten soms bekvechten om een acceptabele regeling te verkrijgen.

Als iedereen 's avonds van het werk naar huis gaat, wordt een voetgangerstunnel onder een brede laan een ware rommelmarkt. Een Uygurse dame met sjaals en juweeltjes, anderen met brol of met kousen en één staat worsten en gehaktballen te braden. 

Moderne schilders

Weer op televisie: een reportage over een tentoonstelling van moderne schilders in Beijing. Een controversiële schilderes wordt lang in het voetlicht gesteld. Zij schildert realistische taferelen van open rioolrivieren in Beijing en van modderige bouwwerven met migranten. Zij kreeg een tentoonstelling in de Nationale Galerij omwille van haar “fundamenteel humanisme”, zo luidt het tijdens de reportage. De tentoonstelling nu is er een van diverse moderne schilders in het dorp Songzhuang. Youlan is enthousiast over onze uitstap. Haar man draagt het lunchpakket. Want Songzhuang is dertig kilometer buiten Beijing, dicht bij het stadje Tonghzou. “Jonge koppels die in Beijing werken, komen in Tongzhou wonen, omdat de prijs voor appartementen in de hoofdstad te duur geworden is,” zegt Youlan. Een appartement van 100 vierkante meter kost hier 30.000 euro. Dat is zes keer minder dan in Beijing. Bovendien komen de mensen gemakkelijk in Beijing, er is een zeer regelmatige en goedkope busverbinding. Wij betalen inderdaad slechts 30 eurocent voor de 30 kilometer lange rit.

De schilders wonen in Songzhuang. Dat is een historie op zich. Door een of ander samenhokfenomeen kwamen avant-gardeschilders vanuit heel China hier samenwonen in een soort zone van ateliers. De lokale boeren – want Songzhuang was een boerendorp met velden – verkochten hun grond aan de schilders. Dat is nu illegaal verklaard, want grond mag niet verkocht worden in China. Ik denk dat sommige ex-boeren, die het proces inspanden, wat meer centen willen van de artiesten, die nu succes kennen.

Het dorp is nu een echte productiebasis van schilderijen geworden. De bijhorende activiteiten zijn er eveneens: ateliers van timmerlui die schildersezels en kaders maken, verfwinkels, de schilderijdoeken wit schilderen, kappers – voor de modieuze haarsnit van de schilders - en uiteraard restaurants. Het meegebracht lunchpakket van Youlan is eigenlijk in overbodig. Zij verwachtte een echt dorp, waar niets anders voorhanden is dan een kruidenier. Mijn vriendin lijkt voorbijgestreefd door de snelheid van de Chinese ontwikkeling. Maar ik heb nog niets gezegd over de schilderijen zelf.

De schilderijen

Die hangen in een enorme tentgalerij, enkele honderden meter lang. De schilderijen bewegen mee met de wanden van de tent als de wind erin speelt. Er zijn erg mooie bij. De Chinese televisie vraagt mij wat ik denk van de 'boerenschilders'. Maar ik heb niet gezien dat er schilderijen van boeren hangen. Dat moet te maken hebben met het conflict tussen de plaatselijke boeren en de artiesten. Youlan zegt me dat de artiesten sommige boeren helpen om te schilderen. Ik vraag me af of de boeren ook de schilders leren boeren. De stijl van de schilderijen is uiterst divers: portretten, stillevens, impressionistische natuurtaferelen, ironische en cynische cartoons, erotiek, surrealisme, realisme, non figuratief, popart. Bij het ophangen van de schilderijen is niet gezocht naar een eenheid in stijl, noch per schilder. Een soort georganiseerde chaos. Dat vind ik niet mis. De algemene sfeer die de schilderijen weergeven is nogal zwaarmoedig, akelig of cynisch. Youlan kan zich niet vinden in de cartoons met scherpe kritiek op de Culturele Revolutie. Zij is zelf blote-voeten-dokter geweest, as medisch helpster het platteland ingetrokken na een korte eerste hulp opleiding. Haar commentaar over de tentoonstelling: “Dat leeft niet!”

Het nieuwe stedelijk museum

Ik wil het nieuw museum zien, al was het maar omwille van zijn Franse architectuur. Ik doe een heel stuk te voet, dan ziet een mens nog wat. Zoals een toewijdingoefening voor de bedienden van een schoonheidssalon. Op de stoep, voor het etablissement staan ze in gelid. De chef spelt hen de les en ze moeten een of andere slagzin roepen ter bevestiging. Dat duurt ongeveer vijftien minuten. De bedienden zijn allen jongeren, meestal mannelijk, elk met het meest modieuze kapsel, moderne jongeren. Zoiets is ondenkbaar bij ons. In China ben je een deel van een groep, dat moet regelmatig herbevestigd worden, want het zijn tegelijk stuk voor stuk stevige individuen.

Ik sta nu in Wangfujing, de beroemdste winkelstraat van Beijing. Hier wandelen iedere dag tienduizenden mensen. In een grote boekenwinkel koop ik enkele boeken. De kas van de kassierster is een kleine schoenendoos zonder deksel, waarin de biljetten gegooid worden en wisselgeld uit gegrabbeld. Ook zoiets is ondenkbaar bij ons, geld is sacraal voor ons, moet minstens in een koffertje met sleutel. Onverstaanbaar voor ons is dat geld voor de Chinezen zeer waardevol is en tegelijk slechts een vodje papier, waarvoor een schoenendoos volstaat.

Het nieuwe museum is buitengewoon van constructie. Tot mijn verwondering is de toegang tot alle zalen gratis. Enkel tijdelijke tentoonstellingen zijn betalend. Scholieren in blauwwit uniform defileren er bij massa’s. Het museum geeft ondermeer een overzicht van de geschiedenis van Beijing, met parallel de grote wereldgebeurtenissen. Het doet me plezier dat voor de westerse zijde Darwin op een ereplaats prijk bij de moderne uitvinders. Natuurlijk is er ook Edison met zijn lamp en Otto en Benz met hun ontploffingsmotor. Marx, Engels, Max Weber en Einstein sluiten de rij van het Westen. De recente geschiedenis van het Westen toont Stalin als genadeslag voor Hitler en niet Eisenhower of Churchill. Aan de Chinese kant leer ik dat Beijing een groot paleizencomplex had tijdens de Jin dynastie, nog voor de Mongolen China veroverden. De Mongoolse Yuan dynastie nam meer dan ik dacht de Chinese cultuur integraal over, wat blijkt uit de tentoongestelde voorwerpen. Opmerkelijk ook is dat de hutongs al in het museum staan. Klassieke poorten van de hutongs zijn naar hier overgebracht. Bij de religies en filosofieën miste ik het daoisme.

Evian en de Franse ambassadeur

Op mijn hotelkamer staan twee flessen mineraal water te koop. Eén is Evian, het andere is Tibet 5100, gletsjerwater uit Tibet op flessen. Welk van beiden vervuilt het meest? Welk van beiden is "gestolen water", zoals de aanhangers van de Tibetaanse onafhankelijkheid in het Westen graag zeggen over het Tibetaans water. De Chinezen “stelen” zelfs water uit de Alpen als ze Evian drinken, bedenk ik. Op TV is er nog een debat over de crisis van het kapitalisme. De journalist van dienst ondervraagt de Franse ambassadeur. Hij vraagt hem: “Het privatiseringsprogramma van de openbare sector zoals dat in gang gezet is in Europa sinds Thatcher, moet dat niet herzien worden?” De ambassadeur geeft natuurlijk geen direct antwoord. Hij heeft het liever over het “herstellen van het vertrouwen in het systeem” als belangrijkste les uit deze crisis.

Tot slot, een uitspraak die ik jullie niet wil onthouden: Ik was in Beijing voor een internationaal seminarie van tibetologen. Eén van de tolken zei me: “Academici doen altijd een dutje na de middag.” Hij was jong en hij had een licht ironische glimlach.

Bovenstaande is geschreven door Jean-Paul Desimpelaere, redacteur van www.infochina.be op 15 november 2008. De auteur heeft ook een blog, toegespitst op Tibet. U vindt die hier: http://infortibet.skynetblogs.be/.