Mag ik een paar vragen stellen?
in

Door Guy Spitaels, Belgisch minister van Staat, 10 april 2008

Mijn eerste vraag: idealiseren wij de Tibetaanse beschaving niet? Was dat niet, voor de komst van de communisten in 1950, een maatschappij waar geestelijken en de adel alles bezaten en de slaven, zijnde 95 procent van de bevolking, uitbuitten? Hingen leven en dood van die boeren niet af van hun eigenaars die hen konden kopen en verkopen, hen inruilen tegen andere slaven of ter aflossing van een of andere schuld? Waarom geven wij de Nobelprijs voor de Vrede aan een theocratisch regime? Waarom geeft president Bush groen licht aan het opzet van Amerikaanse parlementsleden om de Gouden Medaille – de hoogste Congresonderscheiding – aan de geestelijke en wereldlijke Tibetaanse leider te geven? Mijn tweede vraag slaat op de verhouding tussen China en Tibet. Iedereen zal erkennen dat de geschiedenis daarvan verward en complex is. Ik ben geen historicus en zeker niet van het Chinese verleden. Hoe kan ik dan twijfelen aan de kennis van de onbetwiste meester van de Chinese geschiedenis in Frankrijk, Jacques Gernet. Zijn boek Le Monde Chinois kan ik ten zeerste aanbevelen. Jacques Gernet schrijft daarin: "Vanaf 1751 is de controle van China over Tibet definitief en zal na die datum nauwelijks nog veranderen." Men zal daaraan toevoegen dat de dalai lama bij de val van het Chinese keizerrijk in 1913 de onafhankelijkheid uitriep. Die onafhankelijkheid werd effectief tijdens de burgeroorlog. Maar in april 1954 voorzag het akkoord tussen China en India dat Tibet deel uitmaakt van China. Datzelfde jaar ondertekende de dalai lama de Chinese grondwet waarin staat dat Tibet integraal deel uitmaakt van China. Vandaag zeggen velen dat de dalai lama terzake toch een heel gematigd standpunt inneemt. Hij wil niet de onafhankelijkheid van Tibet maar een reële autonomie. Waarop slaat die eis? Op de autonome regio Tibet zoals die nu bestaat of op Groot Tibet dat niet alleen Tibet bevat maar ook delen van de buurprovincies Sichuan, Qinghai, Yuannan en Gansu? De voorzitter van de Franse commissie Buitenlandse Zaken Axel Poniatowski zegt dat het over het tweede gaat. Kan men nu echt verwachten van de Chinese autoriteiten dat ze een gebied afstaan dat overeenkomt met één vierde van het land en dat een grote strategische waarde heeft? Mijn derde vraag slaat op de onlusten van midden maart. Wij hebben onvoldoende informatie om ons te kunnen uitspreken over het aantal doden (18 of meer dan 100), over het al dan niet spontaan karakter van de onlusten of over het geweld van het Chinese leger. Maar de Westerse idee over het Tibetaanse pacifisme zal toch wel een lelijke deuk gekregen hebben. Er valt niet aan te twijfelen dat huizen en winkels in brand gestoken zijn, mensen levend verbrand en voorbijgangers gemolesteerd. Westerse toeristen hebben dat bevestigd. Toch verandert de toon van de kritiek in het Westen niet.