Invloed van China in de wereld neemt toe

De Washington Post publiceerde op 23 april een artikel over de veranderingen in de internationale verhoudingen. Het artikel draagt de titel 'China maakt van de internationale crisis gebruik om zijn invloed uit te breiden'. U krijgt het artikel van de Washington Post hieronder in integrale vertaling.

De munt van Jamaica is in vrije val, de werkloosheid stijgt en de banken kraken onder de overheidsschuld. Diplomaten van het Carraïbische landje vertrokken vorig jaar naar alle hoeken van de wereld, op zoek naar hulp. De traditionele bondgenoten van Jamaica zijn de Verenigde Staten en Groot-Brittannië. Maar die gaven niet thuis. Ze hadden teveel kopzorgen over hun eigen financiële problemen. De Jamaicaanse diplomaten vonden een nieuwe vriend: China. Het pakket leningen tussen de twee landen bedraagt nu 138 miljoen dollar en zo is China meteen Jamaica's belangrijkste financiële partner. Nog geen jaar geleden kon je in de Jamaicaanse kranten artikels lezen over China's groeiende invloed in de regio. Nu krijgt China alle lof voor zijn gulheid.
"De leningen konden niet meer op tijd komen en de voorwaarden konden niet beter zijn," zegt E. Courtenay Rattray, de amabssadeur van Jamaica in China. Wij willen natuurlijk nog altijd goeie verhoudingen met de Westerse landen, vertelt hij, maar Jamaica heeft in sommige aspecten toch meer gemeenschappelijks met China. "De Westerse landen zijn ontwikkelde landen. Zij hebben niet zo een diep inzicht als China in hoe Jamaica zichzelf tot ontwikkeling wil brengen," zegt de ambassadeur.

Beijing concensus

Overzeese hulp en leningen zijn één manier waarop China zichzelf naar voor duwt als een wereldleider op financieel vlak. Premier Wen Jiabao en andere topleiders poetsen hun blazoen op en zeggen tegelijk dat het Westen verantwoordelijk is voor de economische crisis. Chinese functionarissen dagen steeds scherper de positie van de dollar uit. Ze waarschuwen andere landen over het gevaar de reserves van hun landen in slechts twee munten te hebben: de dollar en de euro. De economische wereldcrisis heeft het geloof in het door de Verenigde Staten geleide kapitalisme aangetast. Tegelijk wordt er steeds meer gepraat over een nieuwe Beijing concesus die de lang overheersende Washington concensus zal vervangen. Twintig jaar geleden gebruikte de Britse econoom John Willliamson de term Washington concensus om een geheel van middelen aan te duiden – zoals privatisering van de staatsondernemingen, vrijhandel, deregulatie en beperking van de openbare uitgaven – die het Internationaal Muntfonds, de Wereldbank, de Amerikaanse schatkist gebruiken ten opzichte van derdewereldlanden met schulden, vooral dan in Latijns-Amerika.

Er is nu een debat bezig tussen academici en financiële beleidsmakers over de definitie van de Beijing concensus, mocht zoiets al bestaan. Nogal wat van deze mensen zeggen dat het eerder een los geheel is van politieke punten en niet zozeer een economisch model en dat de Chinese regering ook niet echt bezig is met de promotie van zo'n model. Maar anderen zeggen dat de Beijing concensus nu al de bestaande orde op internationaal vlak uitdaagt.

"Het is goed mogelijk dat de Beijing concensus de Washington concensus kan vervangen," zegt Cui Zhiyuan van de Tsinghua University die onlangs een boek publiceerde over het thema. "Sinds de crisis heeft de wereld niet meer zo een groot vertrouwen als ervoor in het Amerikaanse economische model."

Vorige maand publiceerde het Zuid-Koreaanse ministerie van Strategie en Financiën een rapport over de Beijing concensus. Het ministerie luidde de alarmbel over China's hulp en leningen. Ontwikkelingslanden die Chinese hulp aanvaarden, zo staat er, kunnen hun waakzaamheid laten verslappen en naar een economisch model op zijn Chinees evolueren.

Ambassadeur Rattray van Jamaica zegt dat dit fel overdreven is. De financiële hulp van China werd toegekend "zonder vraag om specifieke macro-economische benaderingen te wijzigen," zegt hij, "en de Jamaicaanse regering blijft voorstander van een vrijemarkteconomie."

Cheng Enfu van de Chinese Academie voor Sociale Wetenschappen definieert de Beijing concensus als de promotie van een economie waarin het openbaar bezit dominerend is, stapsgewijze verandering verkozen wordt boven een shock therapie, het land openstaat voor buitenlandse handel maar toch in hoge mate zelfbedruipend blijft, breedschalige markthervormingen politieke en culturele verandering voorafgaan.

De wereldwijde economische crisis, zegt Cheng, "toont de voordelen van het Chinese model" en heeft de invloed van China al uitgebreid. "Sommige toonaangevende economisten zeggen dat India moet leren van China. Latijns-Amerikaanse landen proberen te leren van China. Als het buitenland delegaties naar China stuurt dan hebben zij interesse in de Chinese ontwikkelingsweg," aldus Cheng.

Barry Sautman is politiek wetenschapper aan de Universiteit voor Wetenschap en Technologie in Hong Kong. Hij zegt in een rapport dat Westerse academici vaak de spot drijven met het Chinese model als "economische groei zonder de hinderpalen van democratische instellingen". Maar, zegt hij, de groeiende Beijing concensus "neemt de verlangens van de ontwikkelingslanden ernstig daar waar het Westen ze vaak ontkende of er tegen inging. Belangrijk element daarvan is een meer evenwichtige internationale verdeling van rijkdom en macht."

Werken aan een nieuwe wereld?

Op internationaal financieel vlak werkt China zowel binnen als buiten de bestaande organisaties. In januari sloot het zich als donor aan bij de Inter-Amerikaanse Ontwikkelingsbank die actief is in Latijns-Amerika. China is in onderhandeling met het IMF over meer inspraak in ruil voor meer geld. In Azië staat het aan het voorfront van de ASEAN – de Organisatie van Zuid-Oost Aziatische landen, voor de oprichting van een regionaal fonds in concurrentie met de Aziatische Ontwikkelingsbank.

Deze week gaven China's bondgenoten Kazachstan en Pakistan, die allebei recent leningen van China kregen, hun steun aan de oproep van de gouverneur van de Chinese Nationale Bank, Zhou Xiaochuan, om een nieuwe wereldmunt of een Aziatische munt te creëren die de dollar zou kunnen vervangen. De Venezolaanse president Chávez, die ook een kredietlijn van China kreeg, steunt het voorstel eveneens. De voorbije vijf maanden heeft China voor in totaal 95 miljard dollar valuta swaps afgesloten met zes landen die nu een deel van hun muntreserves in yuan hebben. Sinds kort laat de Chinese overheid ondernemingen in het zuiden van het land toe contracten met het buitenland af te sluiten in yuan in plaats van in dollar of euro.

Noureil Roubini, professor aan de Universiteit van New York, voorspelde al in 2006 dat de Amerikaanse economie in elkaar zou klappen, te beginnen met het uiteenspatten van de immobiliën ballon. Nu zegt hij dat de "financiële crisis getoond heeft dat verscheidene landen op verschillende manieren groeien en dat niemand het monopolie heeft op de wijsheid". Hij verwacht geen onmiddellijke wijziging in het internationaal monetair systeem maar volgens hem zal binnen vijf tot tien jaar "de Chinese munt de nieuwe reservemunt kunnen zijn".

Maar Michael Pettis van de Carnegie Endowment vindt dat China's meest recente acties eerder met public relations en hulp aan diplomatieke bondgenoten te maken hebben dan een echt offensief zijn om het financieel wereldsysteem te veranderen en een nieuw ontwikkelingsmodel naar voor te duwen. Beijing heeft lange tijd buitenlandse hulp gebruikt om ontwikkelingslanden aan te moedigen om Taiwan niet langer te erkennen. Het gepraat over een nieuwe internationale 'supermunt' is volgens hem vooral bedoeld als waarschuwing aan het adres van de Verenigde Staten om de steeds groter wordende staatstekorten niet op te vangen door eenvoudig geld bij te drukken. "De Chinezen zijn vooral bezorgd over de Amerikaanse monetaire politiek," aldus Pettis.

Op een economisch forum in de zuid-Chinese stad Boao afgelopen weekend grepen Chinese leiders de kans om Westerse landen en instellingen te critiseren. Toezichthouder van de banken, Liu Mingkang, noemde de recente samenkomsten van de G20 in Londen en Washington "in hoofdzaak lippendienst zonder veel concrete acties". De vroegere vice-premier Zeng Peiyan zei dat als de Verenigde Staten "buitenlandse financiële steun" willen blijven ontvangen, ze de waarde van hun schatkistcertificaten moeten garanderen aan landen die ze kopen. En Zheng Xinli, vice-voorzitter van het invloedrijke onderzoeksinstituut Center for Economic Exchanges, deed een oproep voor een nieuwe Aziatische ontwikkelingsbank die de concurrentie moet aangaan met de instellingen die door het Westen gedomineerd worden.

Bovenstaande is de integrale vertaling van het artikel 'China Uses Global Crisis to Assert Its Influence' van Ariana Eunjung Cha, The Washington Post, 23 april 2009.