(Dit is de slotaflevering van een dossier. Voor verwijzing naar de andere delen: zie onderaan dit artikel.)
In 2008 heeft China voor 22 procent bijgedragen tot de economische groei in de wereld. Dat is meer dan de Verenigde Staten. Dit jaar (2009) is China goed voor de helft van de groei van de wereldeconomie. De voorbije 15 jaar hebben de ontwikkelingslanden het meest gewonnen bij deze groei. Voor de financiële crisis in 2007-2008 losbrak, stegen de grondstofprijzen aan een snel ritme omdat China de topconsument is van aluminium, koper, lood, nikkel, tin, ijzererts, staal, cement, steenkool, graan, rijst, palmolie, katoen en rubber. De topleveranciers zijn de landen van de Derde Wereld.
China is de belangrijkste factor in de ommezwaai van de handelsstromen in de wereld. Ook India, Brazilië en Zuid-Afrika dragen daartoe bij. Ieder van hen vormt een alternatief voor de oude koloniale landen en, zoals een mens verwachten kan, ieder van hen krijgt geregeld het verwijt naar het hoofd geslingerd dat zij 'nieuwe imperialistische en kolonialistische landen' zijn. Toch is het op de eerste plaats China dat met zijn fenomenale groei van de buitenlandse handel de typische Noord-Zuid handel achteruitduwt ten voordele van de Zuid-Zuid handel. Al in 2004 was de handel van de ontwikkelingslanden bijna voor de helft Zuid-Zuid handel. Ieder jaar groeit dat aandeel in de globale handel.
Ook de investeringen van Zuidelijke landen in Zuidelijke landen groeien snel. Weer is China de belangrijkste factor. In 2008 steeg het aandeel van de Zuidelijke landen in de wereldwijde investeringen tot 43 procent.
In de strijd tegen de economische en financiële crisis lopen niet de VS en de Europese Unie voorop maar wel de ontwikkelingslanden. Vooral China heeft met zijn economische groei van vermoedelijk 8,3 procent in 2009, bijgedragen tot het indijken van de gevolgen van de crisis op de eerste plaats in de Derde Wereld. Stephen King, de hoofdeconomist van de HSBC-bank zegt: “De wereld waarin wij leven wordt niet langer geleid door de Verenigde Staten maar door de groeimarkten. De motor daarvan is vanzelfsprekend China.”
Daarmee is de relevantie van de G7 fors verminderd. De G7 vormt de groep van de zeven rijkste landen die sinds 1973 regelmatig samenkwamen om gezellig onder mekaar over het lot van de wereld te beslissen. Het zijn de Verenigde Staten, Groot-Brittannië, Duitsland, Japan, Frankrijk, Italië en Canada. Samen zijn ze slechts goed voor een kleine minderheid van de wereldbevolking. Toen de financiële crisis in volle kracht woedde, kwam voor het eerst de G20 samen. Daarbij horen China, Zuid-Afrika, Brazilië, Indonesië, Mexico... De G20 vertegenwoordigt ruim twee derde van de wereldbevolking. Tijdens de bijeenkomst van de G20 zegden president Obama, kanselier Merkel, premier Brown en president Sarkozy, zich richtend tot de landen van het Zuiden: “Wij hebben u nodig om de wereldproblemen gezamenlijk aan te pakken.” Vanzelfsprekend. Het heeft na de Tweede Wereldoorlog 65 jaar geduurd voor het Westen dat over de lippen kreeg.
Amerikaanse doelstellingen onderuit
Het bezoek van de Amerikaanse president Richard Nixon in 1972 aan de Volksrepubliek China luidde een ommekeer in: voortaan zouden de Verenigde Staten niet langer proberen de Volksrepubliek te vernietigen maar ze zouden de weg volgen van de Chinese integratie in de bestaande wereldorde. Zeven opeenvolgende Amerikaanse presidenten hebben bijna voortdurend de politieke lijn gevolgd China in te schakelen in de internationale instellingen die onder Amerikaanse controle vielen. Wie deel uitmaakt van het Internationaal Monetair Fonds, de Wereldhandelsorganisatie en de Wereldbank, zal minder geneigd zijn deze instellingen en de wereldorde die zij verdedigen in vraag te stellen, zo dachten de Amerikanen. Hank Paulson, de vroegere minister van Handel en voorzitter van de bank Goldman Sachs zei: "De Amerikaanse regering wil China een grotere zeg geven in de beslissingen van het International Monetair Fonds. Maar wij verwachten dat China dan ook zal handelen naar de letter en de geest van het IMF. Leiderschap kan niet zonder verantwoordelijkheid."
Ten tweede koesterden de Verenigde Staten de verwachting dat de integratie van China in de bestaande wereldorde zou leiden tot het afzweren van het socialisme. Professor Kishore Mahbubani uit Singapore verwoordt de Amerikaanse hoop: “De beste manier om China politiek te hervormen is de promotie van welvaart en de internationale integratie.” Of met de woorden van de vroegere Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Condolleezza Rice: “Hoe meer ondernemend China wordt, hoe groter de kans op politieke vrijheid.”
Ten derde zou de integratie van de Volksrepubliek de Chinese markt opengooien voor de Amerikaanse ondernemingen.
Van deze drie doelstellingen – de internationale orde bevestigen, het socialisme laten varen en de markt opengooien voor Amerikaanse ondernemingen – is alleen de laatste bereikt.
Met de twee andere doelstellingen is het minder goed gegaan. Het Amerikaanse zakenleven en de politiek erkennen dat het Chinese socialisme niet zwakker geworden is maar sterker. Het American Enterprise Institute schrijft: “Na de Koude Oorlog hoopten we dat ons multidimensionaal engagement met Beijing zou leiden tot een sterk, rijk, vredig en democratisch China. Twee decennia later vrezen we dat dit engagement weliswaar geleid heeft naar een sterk en rijk China dat echter helaas nog altijd autoritair is.”
China versterkt bovendien zijn staatssector ten nadele van de privé, schrijft het magazine Foreign Policy: "Naarmate China sterker en rijker wordt, groeien de door de staat gecontroleerde sectoren van de economie. Zij worden machtiger, niet de onafhankelijke privé sector die doelbewust onderdrukt wordt. Zowat 95 procent van het stimuleringspakket van 586 miljard dollar dat Beijing vorig jaar (2008) in november afkondigde, gaat naar de ondernemingen van de staatssector. China Inc. wordt machtiger maar dat brengt de politieke hervorming geen stap dichterbij. Integendeel, de sterkere staatssector geeft de Communistische Partij nog meer middelen om de greep op de economie en de maatschappij te versterken."
Ook de Financial Times constateert dat het privé-kapitalisme terrein verliest: "De financiële crisis heeft de toestand – gekend als guojinmintui – nog verergerd: de staat gaat vooruit terwijl de privé terugtrekt. Staatsbedrijven hebben enorme stimulus-gebonden leningen gekregen die ze nu gebruiken om privé ondernemingen op te kopen.”
Wat de doelstelling betreft China te integreren om de internationale orde onder de unieke leiding van de Verenigde Staten te bevestigen en te versterken, volstaat het Francis Fukyama te citeren. Gefrustreerd schrijft deze advocaat van de Amerikaanse hegemonie: "Het is allesbehalve duidelijk dat de regering-Bush zich realiseert hoe succesvol China de invloed van de Verenigde Staten terugdrijft. We weten evenmin of Bush enig idee heeft hoe hij deze gang van zaken moet stoppen."
Niemand kan voorspellen hoe de Verenigde Staten hieruit zullen geraken. In 2008 en 2009 zijn er zware onlusten geweest in de Chinese provincies Tibet en Xinjiang, georganiseerd door individuen en groepen die de financiële en logistieke steun genieten van de Verenigde Staten. Het Amerikaanse ministerie van Defensie heeft vorig jaar beslist troepen en materiaal uit het gebied van de Atlantische Oceaan over te brengen naar de Stille Oceaan. De Amerikaanse vloot provoceert en intimideert de Chinese vloot in de Zuid-Chinese zee. De Amerikaanse luchtmacht stuurt onbemande spionagevliegtuigjes in het Chinese luchtruim. De Amerikaanse geheime dienst CIA en dochterorganisaties zoals de National Endowment for Democracy infiltreren in de arbeidersbeweging om er een vakbond op te richten die de omverwerping van de staat beoogt, naar het voorbeeld van het ultra-reactionaire Solidarnosc. De Amerikaanse diplomatie gebruikt chantage en afdreiging om sommige landen te dwingen de Amerikaanse lijn te volgen. Iran, een bondgenoot van China, mag geen atoombom maken maar de Verenigde Staten helpen wel India – geen al te goeie vriend van China – atoomwapens te produceren. President Obama breidt de oorlog tegen Afghanistan uit tot het grondgebied van Pakistan, toevallig weer een bondgenoot van China...
Chinese denktanks onderzoeken hoe de Koude Oorlog tegen de Sovjet-Unie op gang is gekomen en welke middelen de Verenigde Staten gebruikten om de Sovjet-Unie uiteindelijk uit elkaar te doen spatten. Het zal nodig zijn want de Verenigde Staten zullen hun heel arsenaal van de Koude Oorlog bovenhalen om hun positie in de wereld te redden. Want dat de Amerikaanse economie slaag krijgt als de VS niet langer de Derde Wereld als hun wingewest kunnen gebruiken, staat vast.
Dit artikel is geschreven door Peter Franssen, redacteur van www.infochina.be op 9 december 2009.
Dit is de slotaflevering van het dossier 'Hoe China de wereld verandert'. De vier voorgaande afleveringen zijn:
1. China zet de deuren open. Klik: http://www.infochina.be/nl/node/335
2. Eindelijk ontwikkeling in zwart Afrika? Klik: http://www.infochina.be/nl/node/336
3. Eenheid in Latijns-Amerika. Klik: http://www.infochina.be/nl/node/337
4. Oost-Azië: de ex-habitat van de VS. Klik: http://www.infochina.be/nl/node/338
Bronnen voor dit deel (in volgorde van gebruik)
- Zhang Xudong, Yao Runfeng, Qi Zhongxi en Tan Hao, 'Statistics Show China's Achievements, Deficiencies Over Past 60 Years', Xinhua, 18 augustus 2009
- Stephen Marks, 'The summit in Beijing', Pambazuka News, 14 december 2006
- 'A Silent Revolution in South-South Trade', World Trade Organisation, Genève, 2004
- United Nations Conference on Trade and Development, World investment Report 2009, New York, blz. 4-5 en 23
- David Oakley, Building success, Financial Times, 9 november 2009
- Francis Fukuyama, 'Bush Needs to Soften Hard-Edged Foreign Policy,” Daily Yomiuri, 19 december 2004