Het einde van het kapitalisme Amerikaanse stijl

De financieel-economische crisis heeft geostrategische en ideologische gevolgen, schrijft Joseph Stiglitz. De auteur is Nobelprijswinnaar Economie en gewezen vice-voorzitter van de Wereldbank. Stiglitz is een heraut van de kapitalistische vrije markt maar dan onder een 'beschaafde' vorm. Hij vreest dat de crisis in veel ontwikkelingslanden niet alleen het einde betekent van de vrije markt op zijn Amerikaans maar van de vrije markt tout court.

Professor Joseph Stiglitz: "Aan iedere crisis komt een einde. Ook deze crisis zal voorbijgaan. Maar geen enkele ernstige crisis gaat voorbij zonder sporen na te laten. Tot de erfenis van de huidige crisis hoort het wereldwijde gevecht tussen ideeën, over de vraag welk economisch systeem het beste is voor het volk. Nergens wordt dat gevecht feller gevoerd dan in de Derde Wereld, onder de bevolking van Azië, Latijns-Amerika en Afrika waar 80 procent van de mensheid woont. Hier woedt de ideeënstrijd tussen kapitalisme en socialisme.

De val van de Berlijnse Muur in 1989 betekende blijkbaar ook het einde van het communisme als een leefbaar idee. Na 1989 was het niet makkelijk om de verdediging te voeren van het communisme. Het leek dat de val van de Berlijnse Muur de uiteindelijke overwinning inhield van het kapitalisme en meer in het bijzonder van het Amerikaanse soort kapitalisme. Francis Fukuyama schreef zelfs dat het einde van de geschiedenis bereikt was. Hij beweerde dat het 'democratische marktkapitalisme' het eindstation was van de sociale ontwikkeling en dat de hele mensheid die weg opging.

In werkelijkheid zullen de geschiedschrijvers later opmerken dat de periode van het Amerikaans triomfalisme na 1989 nauwelijks 20 jaar geduurd heeft. Met de ineenstorting van de grote banken en financiële instellingen en met de economische crisis en chaos die daarop volgden, is die periode afgesloten. En daarmee meteen ook het debat over het marktfundamentalisme, de idee dat de markt op zijn eentje economische groei en welvaart brengen kan. Vandaag kunnen alleen nog de dwazen beweren dat de markt zelfcorrigerend is en dat het egoïstische gedrag van de marktdeelnemers de garantie vormt dat alles eerlijk en netjes verloopt.

We willen het ons niet graag herinneren, maar 190 jaar geleden produceerde China één derde van het bruto binnenlands product van de hele wereld. Koloniale plundering en oneerlijke handelsovereenkomsten zorgden er samen met de technologische revolutie in Europa en Amerika voor dat China wegzakte om in 1950, op het ogenblik dat de Volksrepubliek uitgeroepen werd, minder dan één twintigste van het bruto binnenlands product van de wereld te produceren. In het midden van de 19de eeuw voerden Engeland en Frankrijk oorlogen tegen China om het land open te breken voor hun handel en afzet. Dat werden opiumoorlogen genoemd omdat het Westen China niets anders te bieden had dan opium. Toen het Westen de oorlogen gewonnen had, werd opium à volonté in het land verspreid, wat op grote schaal verslaving veroorzaakte. Het Westen had geen morele bezwaren – het dumpen van de opium was nu eenmaal nodig om de eigen handelsbalans te corrigeren.

In het Westen bestaan diverse meningen over het kolonialisme. Dat is anders in de ontwikkelingslanden. Daar zijn de mensen ervan overtuigd dat ze op een wrede manier uitgebuit zijn. In die landen vinden heel wat leiders dat de marxistische theorie hen de correcte interpretatie biedt van het verleden. Het marxisme zegt namelijk dat hun uitbuiting de basis vormde van het kapitalistisch systeem in het Westen.

De politieke onafhankelijkheid die veel kolonies na de Tweede Wereldoorlog afdwongen, maakte geen einde aan het economische kolonialisme. In sommige gebieden van de Derde Wereld zoals in Afrika valt het je zonder veel moeite op dat het wegslepen van de grondstoffen en de verkrachting van het milieu slechts vergoed worden met een aalmoes. Elders is het kolonialisme subtieler. In veel delen van de wereld gaan het Internationaal Monetair Fonds en de Wereldbank door voor instrumenten van post-koloniale controle. Deze instellingen pushen het marktfundamentalisme – ook wel neoliberalisme geheten – dat door Amerikanen geïdealiseerd is tot de omschrijving 'vrije en onbelemmerde markten'. Het IMF en de Wereldbank duwden veel landen naar de deregulering van de financiële sector, privatisering, liberalisering van de handel.

Het IMF en de Wereldbank zegden dat dit alles de ontwikkelingslanden ten goede zou komen. Dat credo werd ook beleden door de vrije markt economen van wie velen opgeleid zijn in de kathedraal van de vrije markt, de University of Chicago. Maar uiteindelijk bleken de programma's van de Chicago boys niet te brengen wat beloofd was. De inkomens stagneerden. Als er al groei was, ging het resultaat daarvan naar de rijksten. Economische crises kwamen steeds vaker voor in individuele landen – de voorbije 30 jaar waren het er meer dan 100 ernstige.

De mensen in de ontwikkelingslanden geraakten er steeds minder van overtuigd dat de Westerse hulp ingegeven was door altruïsme. Ze kregen de idee dat de vrije markt retoriek – intussen beter bekend als de Washington consensus – alleen een rookgordijn was waarachter de aloude commerciële belangen schuilgingen. Die idee werd nog versterkt omdat het Westen hypocriet handelde. Europa en Amerika openden hun eigen markten niet voor de landbouwproducten uit de Derde Wereld maar ze eisten wel dat de ontwikkelingslanden hùn markten opengooiden. Europa en Amerika dwongen de ontwikkelingslanden overheidssubsidies aan nieuwe industrieën te schrappen, maar zijzelf steunden hun eigen boeren wel met massa's overheidsgeld.

De vrije markt ideologie bleek een excuus te zijn voor nieuwe vormen van uitbuiting. 'Privatisering' betekent dat buitenlanders uw mijnen en olievelden kunnen kopen voor een appel en een ei. Het betekent dat buitenlandse monopolies en quasi-monopolies bij u fenomenale winsten kunnen boeken zoals in de telecommunicatie. 'Liberalisering' betekent dat het buitenland hoge intresten kan vragen voor leningen en dat als uw land die niet meer kan betalen, het IMF de socialisering van de verliezen kan doordrukken wat betekent dat het volk de schroef wordt aangedraaid. Het betekent ook dat buitenlandse firma's uw ontluikende industrie kunnen wegvagen en zo de ontwikkeling van ondernemerstalent in de kiem kunnen smoren. Terwijl het kapitaal vrij en onbelemmerd kan reizen en verhuizen, is dat niet het geval voor arbeid. Tenzij het gaat om de meest getalenteerden die in het Westen een job aangeboden krijgen.

Dit beeld is vanzelfsprekend met de grove borstel geschilderd. Want er waren landen die de Washington concensus niet wensten te volgen. Zij legden beperkingen op aan de kapitaalstromen. De twee Aziatische reuzen, China en India, wilden hun economie organiseren naar eigen inzicht. Zij realiseerden hoge groeicijfers. Maar elders, en dan vooral in die landen waar het IMF en de Wereldbank het voor het zeggen hadden, gingen de zaken de verkeerde kant op.

En overal bruist het debat over de ideeën. Zelfs in de landen die het goed deden, heerst onder intellectuelen en leidende groepen de overtuiging dat de spelregels niet fair zijn. Zij menen dat zij het goed gedaan hebben ondanks de onfaire regels en hun sympathie gaat naar de zwakkere vrienden in de ontwikkelingslanden waar het niet goed gaat.

De manier waarop het kapitalisme Amerikaanse stijl op de economische crisis reageerde was voor velen de druppel die de emmer deed overlopen. Tijdens de Oost-Aziatische crisis van tien jaar geleden vroegen de Verenigde Staten en het IMF aan de getroffen landen dat zij hun begrotingstekorten zouden verminderen door hun uitgaven in te perken. Zelfs als dat, zoals in Thailand, zou leiden tot een grotere verspreiding van aids. En zelfs als dat, zoals in Indonesië, zou leiden tot het verminderen van de voedselsubsidies aan hen die sterven van de honger. De Verenigde Staten en het IMF dwongen landen hun interestvoeten te verhogen, in sommige gevallen met 50 procent. Ze spelden Indonesië de les en zegden dat het land strenger moest optreden tegen de banken en in geen geval de banken mocht uitkopen. Want dat zou een verschrikkelijk precedent schepen en dat zou een vreselijke tussenkomst zijn in een vrije markt die zo precies liep als een Zwitserse klok.

Iedereen merkt nu het felle contrast met de huidige Amerikaanse crisis. We zien nu hoe de Verenigde Staten onvoorstelbare begrotingstekorten opstapelen, hoe de intrestvoeten tot bijna nul herleid zijn en hoe banken aan de lopende band uitgekocht worden. Waarom, zo vragen de mensen in de Derde Wereld zich af, geldt nu niet dezelfde behandeling voor de VS?

Veel mensen in de ontwikkelingslanden herinneren zich nog goed hoe ze jarenlang te horen kregen: u moet instellingen hebben zoals de VS, u moet onze politieke en economische lijn volgen, u moet dereguleren, u moet uw financiële markt openen voor Amerikaanse banken zodat u kan leren wat goed bankieren is, u moet uw banken en ondernemingen opengooien (wat betekent: u moet ze goedkoop aan Amerikaanse banken verkopen). Zeer zeker, zo zei Washington, zal dat even pijn doen, maar uiteindelijk zal u erbij winnen. Amerika zond zijn ministers van Financiën, Democraat of Republikein dat speelde geen rol, de wijde wereld in om deze blijde boodschap te verkondigen. In de ontwikkelingslanden dachten velen toen nog dat de draaideur die de Amerikaanse financiële leiders zonder onderbreking van Wall Street naar Washington en terug naar Wall Street bracht een bewijs van geloofwaardigheid was. Want deze mensen combineerden de macht van het geld met de macht van de politiek.

Maar nu blijkt dat deze experten de crisis in eigen land niet konden voorkomen. De landen van de Derde Wereld hebben allesbehalve leedvermaak want zij weten dat deze crisis bij hen op enkele jaren tijd 200 miljoen mensen extra in de armoede gestort heeft. En ze zijn er steeds meer van overtuigd dat je de Amerikaane economische idealen niet moet omarmen maar eerder er zo snel mogelijk moet van weghollen.

Onze invloed zal afnemen. Ons rolmodel is ten einde. Amerika was een pionier van het globale kapitaal omdat anderen dachten dat wij een speciale gave hadden voor risicomanagement en toewijzing van financiële middelen. Niemand denkt dat nu nog. Veel van de wereldwijde spaartegoeden zitten vandaag in Azië en daar komen financiële centra tot ontwikkeling. Wij zijn ook niet langer de voornaamste bron van kapitaal. De drie grootste banken in de wereld zijn allemaal Chinees. De grootste Amerikaanse bank staat slechts op de vijfde plaats.

De dollar is lange tijd de wereldreservemunt geweest: landen kochten de dollar om het vertrouwen in hun eigen munt en hun regering te ondersteunen. Maar wereldwijd denken steeds meer centrale banken dat de dollar toch niet zo een goede reservemunt is. De waarde van de dollar schommelt erg en gaat naar beneden. De enorme groei van de Amerikaanse schulden tijdens deze crisis en de massale leningen van de Amerikaanse schatkist hebben het vertrouwen in de dollar ondermijnd. De Chinezen hebben al open en bloot de idee verdedigd van een nieuwe reservemunt.

Intussen kost de crisis zoveel dat andere noden moeten wachten. Wij zijn nooit erg vrijgevig geweest in onze hulp aan arme landen. Maar nu gaat het ook hier bergaf. De voorbije jaren was de Chinese financiering van Afrikaanse infrastructuurwerken groter dan die van de Wereldbank en de Afrikaanse Ontwikkelingsbank samen. China stelt de Verenigde Staten in de schaduw. Afrikaanse landen keren zich nu naar Beijing als ze hulp nodig hebben, niet naar Washington.

Mijn bezorgdheid is vooral die omtrent de indeeënstrijd. Een aantal landen – waaronder misschien zelfs de Verenigde Staten – zullen na deze crisis terecht concluderen dat er een evenwicht moet zijn tussen markt en overheidsingrijpen. Maar ik vrees dat veel mensen in de ontwikkelingslanden de foute conclusie zullen trekken. Na de val van de Muur vervingen de communistische landen in Oost-Europa Karl Marx door Milton Friedman. De nieuwe religie bracht hen geen heil. Veel landen kunnen concluderen dat niet alleen het volkomen vrije kapitalisme op zijn Amerikaans gefaald heeft maar dat het concept zelf van de markteconomie niet werkt. Het communisme oude stijl zal niet terugkeren, maar ik vrees dat veel vormen van massale overheidstussenkomst in de markt hun herintrede zullen doen."

Dit is een ingekorte versie van Joseph Stiglitz, 'Wall Street’s Toxic Message', Vanity Fair, juli 2009, samengevat en vertaald door Peter Franssen, redacteur van www.infochina.be op 10 september 2009.