Economie groeit eerste jaarhelft met 7,1 procent

De Chinese economie is aardig op weg om het doel voor dit jaar te halen: plus 8 procent. Sinds december vorig jaar klimt ze uit het dal. Het eerste kwartaal groeide de economie met 6,1 procent. In het tweede kwartaal was dat al met 7,9 procent. Ook al is de uitvoer zowat in elkaar gestort.

Het bruto nationaal product – wat geproduceerd wordt aan goederen en diensten – moet dit jaar met 8 procent groeien. Dat had de overheid eind vorig jaar vooropgesteld. Ze had ook gezegd dat dit geen wishful thinking was, maar een doel gebaseerd op wat mogelijk was.
Het objectief was hoog, want op dat ogenblik ging het al bijzonder slecht met de internationale economie. De snel ineenzakkende internationale handel zou China hard treffen want het land haalde veel economische groei uit zijn export.

Als China desondanks toch die 8 procent zou halen, zou het kapitalisme in West-Europa, de Verenigde Staten en Japan gezichtsverlies lijden. Daar zal er immers geen groei zijn maar een achteruitgang met 3 à 10 procent. Vandaar dat de grote baas van het Internationaal Monetair Fonds zei dat China er met de klak naar sloeg en hoogstens 5,5 procent zou groeien. Vandaag, een half jaar later, moet hij het gelijk van de Chinese overheid erkennen. Het IMF heeft zijn voorspelling naar boven moeten corrigeren: China zal zeker 7,5 procent groei halen, klinkt het nu.

Cijfers

De uitvoer is ten opzichte van de eerste jaarhelft van vorig jaar gedaald met ruim 20 procent. Maar de twee andere motoren van de economie, de binnenlandse consumptie en de investeringen zijn sterk gegroeid.

De binnenlandse consumptie lag in de eerste jaarhelft 15 procent hoger dan in de eerste zes maanden van 2008. Als je rekening houdt met de prijsverschillen, bedraagt de groei zelfs bijna 17 procent. De stijging is op de eerste plaats te danken aan de constante toename van het gezinsinkomen. Het beschikbaar inkomen lag per stadsbewoner de eerste zes maanden gemiddeld 11,2 procent hoger dan in de eerste jaarhelft van vorig jaar. Op het platteland bedroeg de stijging per hoofd van de bevolking 8,1 procent.
De toename van de consumptie is ook te danken aan een meer soepele geldpolitiek waardoor de gezinnen gemakkelijker kunnen lenen. De bankleningen zouden dit jaar 10 biljoen yuan bedragen, zo had de regering vooropgesteld. Maar in de eerste jaarhelft is het bedrag van 7,2 biljoen yuan al gehaald. Dat is één van de redenen waarom de bouw weer aantrekt.
Ook de uitbouw van de sociale zekerheid speelt een belangrijke rol: daardoor zijn de gezinnen geneigd minder te sparen en meer te consumeren. Om die consumptie te verhogen heeft de regering bovendien duurzame producten gesubsidieerd.

De investeringen groeiden in de eerste zes maanden met 33 procent. De eerste zes maanden van 2008 bedroeg de groei 'slechts' 25 procent. Dat is vooral een gevolg van het stimuleringsplan van de Chinese overheid dat een enorm pakket aan investeringen bevat voor infrastructuurwerken, de bouw en de renovatie van scholen en ziekenhuizen, milieuzorg. Ecologie neemt een steeds belangrijker plaats in. De Financial Times berekende dat van de 4 biljoen yuan aan investeringen, één derde op een of andere manier gelieerd is aan ecologie. Geen enkel land ter wereld doet beter.

Dit artikel is geschreven door Peter Franssen, redacteur van www.infochina.be op 16 juli 2009. Bron: Nationaal Bureau voor de Statistiek.