De economische opstand van de derde wereld

De samenwerking tussen China en Afrika brengt het zwarte continent na vijf eeuwen slavernij en kolonialisme eindelijk zicht op ontwikkeling. De relaties tussen China en tientallen landen in Azië, Latijns-Amerika en Afrika verschuiven het zwaartepunt van de wereldeconomie weg van de kapitalistische landen. Dat waren de centrale stellingen van de toespraak van Peter Franssen, uitgever van Infochina op een colloquium in Brussel, georganiseerd door zes organisaties waaronder de twee grote Belgische vakbonden. U kan de toespraak hier lezen.

De organisatoren van de studiedag over "China-Africa, what's really going on?" in Brussel waren het ACV, het ABVV, 11.11.11, Intal, Imast en Gresea. De sprekers waren professor Deborah Brautigam (American University), professor Stefaan Marysse (Universiteit Antwerpen), Yenga Mabolia (coördinator Congolees ministerie van mijnbouw), Carlos Polenus (speciaal China-adviseur International Trade Union Confederation), Paul Fortin (ex-managing director van Gécamines) en Peter Franssen, editor van deze site. De toespraak van deze laatste volgt hieronder.

Goedemorgen,

Toen Laurent Désiré Kabila de Congolese dictator Mobutu verjaagd had, ondernam hij in 1997 zijn eerste reis buiten het Afrikaanse continent. Hij trok niet naar Brussel, Parijs of Washington – zoals men daar als een vanzelfsprekendheid en een teken van nederigheid verwacht had –, maar naar de Volksrepubliek China.

Hij was er al eerder geweest, in 1966-1967, toen hij in de politiek-militaire academie van Nanjing in de provincie Jiangsu samen met verzetsleider Pierre Mulele en met zijn latere chef-staf Léonard Mitudidi een opleiding kreeg. Hij reisde nu terug naar Nanjing en schreef in het gastenboek van de academie: "Het is goed terug te zijn in de academie die ons voorbereid heeft op onze revolutionaire strijd en onze overwinning. China heeft zo een grote bijdrage geleverd aan de bevrijding van ons Congolese volk."

In 1997 trekt Kabila een week lang door China. Hij heeft een tiental ministers mee. Om maar te zeggen hoe belangrijk hij en de Chinese regering deze reis vonden. Terug thuis maakt Kabila de balans op. Hij schrijft: "Wij hebben een land bezocht dat op eigen kracht snel uit de onderontwikkeling opstaat. Wij kiezen de Chinese Volksrepubliek daarom als voorbeeld en model. Congolezen en Chinezen zullen zij aan zij werken aan hun gezamenlijke ontwikkeling. Wij doen dat omdat China altijd samenwerkt op voet van gelijkheid."

De geschiedenis van Congo is één groot bewijsstuk dat samenwerking met de imperialistische, Westerse landen op voet van gelijkheid een onmogelijke zaak is. Kabila beseft in die dagen dat dat soort samenwerking met China wél mogelijk is. De twee landen hebben een gelijkaardige geschiedenis van onderdrukking en kolonialisme.

Dat de twee landen kunnen samenwerken op voet van gelijkheid blijkt al onmiddellijk. Kabila keert terug uit China met goedkope leningen voor tientallen miljoenen dollar en met een hele resem samenwerkingscontracten op vlak van infrastructuur en economie. Beijing belooft ook mee te helpen aan de realisatie van het Nationale Plan voor Wederopbouw. Een eerste akkoord in die zin slaat op de aanleg van snelwegen in elf provincies. Een tweede akkoord slaat op de bouw van een aantal fabrieken. Een derde akkoord slaat op de verbetering van de Congolese landbouw. Laurent Kabila zegt over die contracten: "Deze akkoorden hebben één gezamenlijk kenmerk: geen enkele stelt voorwaarden aan ons land, zoals dat de gewoonte is bij contracten met het Westen."

Wat waar is voor Congo, is waar voor veel Afrikaanse landen. Telkens zet China het principe van niet-inmenging en van wederzijds voordeel voorop. De Zuid-Afrikaanse president Mbeki zei daarom al in 2007: "De hoop voor Afrika ligt op het Plein van de Hemelse Vrede in Beijing." Vandaag zegt zijn opvolger Zuma: "In de relaties tussen China en de Afrikaanse landen is geen sprake meer van kolonialisme. Dit zijn heel andere relaties dan degene die Afrika altijd gekend heeft. ... Let's do business!"

Let's do business betekent: tot voordeel van de twee partners. Geen verhouding van hulpverlener en lager staande en diep gebogen ontvanger van hulp, maar economisch voordeel voor zowel China als de Afrikaanse landen. 

Dat is het doel en de lijn bij de relaties tussen China en Afrika en ook bij de relaties tussen China en Latijns-Amerika en tussen China en de andere Aziatische landen.

De zeer snelle en langdurige economische groei van China maakt die relaties met de dag belangrijker. China groeit al 33 jaar aan een gemiddelde van 10 procent per jaar. Dat is 3 keer sneller dan de groei in dezelfde periode in de Verenigde Staten, 4 keer sneller dan de groei in Europa en 6 keer sneller dan de groei in Japan. Deze in de geschiedenis nog nooit geziene ontwikkeling heeft China tot de grootste industrie-staat in de wereld gemaakt. China is ook de grootste op vlak van de landbouw. Alleen in de dienstensector, de derde component van de economie, zijn de Verenigde Staten nog de grootste. De economische groei heeft van China ook de eerste handelsstaat ter wereld gemaakt.

Die evolutie was en is niet mogelijk zonder de economische relaties met tientallen landen uit Afrika, Latijns-Amerika en Azië. Die landen winnen op de eerste plaats bij de grote Chinese vraag naar grondstoffen. China koopt 40 procent van de wereldproductie van tin, nikkel, lood, zink, aluminium en koper. De grote vraag van China duwt de prijzen van die grondstoffen omhoog. De contracten die China afsluit voor de aankoop ervan zijn ook gunstiger dan de contracten die het Westen voorstelt.

Ook op andere terreinen dan de grondstoffenverkoop winnen de landen uit Afrika, Azië en Latijns-Amerika. The Economist – nochtans een spreekbuis van het Brits-Amerikaanse zakenleven, schrijft: “De betrokkenheid van China in Afrika is in menig opzicht een goeie zaak voor beide partijen. In ruil voor olie en ertsen bouwt China de lang verwaarloosde Afrikaanse infrastructuur uit. Dankzij die infrastructuur heeft Afrika zicht op ontwikkeling.”

Zicht op ontwikkeling. Dat is de essentie van de samenwerking met China. Voor het eerst sinds de slavenhandel heeft Afrika zicht op ontwikkeling. Dat wil niet zeggen dat alles koek en eis is met die samenwerking. Er zijn op verscheidene plaatsen toestanden van uitbuiting, gebrek aan vakbondsrechten, te lage lonen, onveilige werkomstandigheden. Chinese privé-ondernemers en zelfs staatsbedrijven kijken soms alleen naar hùn winst. De Chinese regering is zich bewust van die mistoestanden en werkt daaraan. Zo is ze bezig wetten uit te vaardigen waaraan alle Chinese firma's in het buitenland zich moeten houden.

De slavenhandel en het kapitalisme

Intussen groeien de relaties tussen China en Afrika en tussen China, Latijns-Amerika en Azië in die mate dat ze de verhoudingen uitschakelen die al meer dan vijf eeuwen oud zijn. Ik bedoel de verhouding van slavenhouder tot slaaf, van kolonialist tot gekoloniseerde. De verhouding die niet alleen een permanente volkerenmoord in Afrika, Latijns-Amerika en Azië organiseerde maar die ook het denken van de volkeren in het Westen zelf corrumpeerde en vergiftigde met idioot racisme en nationalisme. 

Karl Marx zei indertijd: "The hunting of black skins signalized the rosy dawn of the era of capitalist production." Vrij vertaald: de jacht op zwarte mensen kondigde de zonsopgang aan van het kapitalisme.

De grote Europese firma's en holdings zijn geboren en groot geworden dankzij de slavenhandel en het kolonialisme. De roof van zwarte mensen en de plundering van Afrika's rijkdom brachten het kapitaal op waarmee Europa's industriële revolutie van de grond kwam en waardoor de grote vennootschappen ontstonden. Het eerste centrum van de industriële revolutie was de regio van Lancashire in Engeland. Zonder de nabijheid van de haven van Liverpool kon Lancashire niet uitgroeien tot het eerste industriële centrum in Europa. En precies de haven van Liverpool was sterk en groot dankzij de aanvoer en de verkoop van slaven uit Afrika.

Tussen 1950 en 1960 keerden de Belgische firma's die actief waren in Congo voor liefst 40 miljard frank aan dividenden uit. Bijna veertig procent van alle winsten van de Belgische maatschappijen kwam uit Congo. Toen onmiddellijk na de Tweede Wereldoorlog lijsten werden aangelegd van alle aandelen en obligaties die Belgen in hun bezit hadden, bleek dat zowat 9 op de 10 beleggers Congolese waarden in portefeuille had.

En waar de portefeuille van vol is, daarvan prijst de mond de eer. In al haar schakeringen en tendensen loofde de Westerse bourgeoisie de slavenhandel, het kolonialisme en het neo-kolonialisme. Ook de leiders van de sociaal-democratische tendens van de bourgeoisie zegden: "Kolonies zijn een noodzakelijk kwaad – we moeten dat erkennen. Zelfs een latere socialistische regering zal kolonies nodig hebben. Moderne staten zullen zich niet kunnen beredderen zonder landen die hen de grondstoffen en de tropische producten leveren die hun industrie en de mensheid in het algemeen nodig hebben. Daarom zal zelfs een socialistische staat een koloniale politiek moeten uitstippelen. We kunnen toch moeilijk de helft van de aardbol overlaten aan de grillen van volkeren die nog infantiel zijn en die de enorme rijkdom van hun ondergrond en de meest vruchtbare plaatsen ter wereld onbenut en onontgonnen laten. We zullen moeten tussenkomen in het belang van de hele mensheid." Deze stellingen werden verdedigd tijdens het Internationaal Socialistisch Congres van augustus 1904 in Amsterdam. De Belgische socialist Terwagne sloot zich daarbij aan. De Nederlandse socialist Van Kol voegde eraan toe dat de Europese kolonisten niet ongewapend naar Afrika moesten trekken: "Men kan nooit weten wat de inboorlingen zullen doen. Misschien hakken ze de Europeanen wel in mootjes en eten ze hen op. Nee, we moeten gewapenderhand gaan om ons te verdedigen."

Gewapenderhand de beschaving brengen. Heeft u ook dat déjà vu-gevoel? Irak misschien? Of Afghanistan...?

Een einde aan vijf eeuwen plundering

De slavenhouder en de kolonialist konden niet bestaan zonder de wingewesten. En vandaag kan het kapitalisme evenmin bestaan zonder Afrika, zonder Latijns-Amerika en zonder Azië. Wat zou het kapitalisme in het Westen zijn zonder de constante stroom van geroofd en geplunderd kapitaal uit het zuiden?

Het volstaat naar Congo te kijken om het antwoord te kennen op die vraag. Toen Laurent Kabila Mobutu verjaagd had, was er grote onrust en onzekerheid in Washington, Brussel en Parijs. En in tijden van onrust en onzekerheid zegt men al eens dingen luidop die men tot dan stilletjes dacht. Zo zei de Amerikaanse speciale gezant voor Congo Bill Richardson toen: "Congo is van zeer groot belang voor de Verenigde Staten. Het land ligt in het hart van Afrika en vormt de brug tussen oost en west Afrika. Congo heeft ontzettend grote rijkdommen. Het land heeft 13 procent van de hydro-elektriciteit ter wereld, 28 procent van de reserves aan kobalt, 18 procent van het industrieel diamant, 6 procent van het koper, de helft van alle tropische wouden in Afrika."

Het Westen kan al vijf eeuwen lang die rijkdommen plunderen. Daar lijkt nu een einde aan te komen. In de plaats van de plundering komen er contracten van wederzijds voordeel en helpt China de infrastructuur in Afrika uit te bouwen die zo noodzakelijk is om uit de armoede te geraken.

De grootste handelspartner van Afrika is China geworden. Je ziet dezelfde evolutie op andere continenten. Het grootste en belangrijkste land van Latijns-Amerika is Brazilië. Welnu, de eerste handelspartner van Brazilië is China. In Azië is op 1 januari van vorig jaar de vrijhandelsassociatie tot stand gekomen tussen China en de ASEAN. Vrijhandelsassociatie wil zeggen dat er geen tolmuren meer zijn, dat er geen hinderpalen meer zijn voor de onderlinge handel. De ASEAN, dat zijn tien landen in het zuid-oosten van Azië. Daar wonen 600 miljoen mensen. Zo vormen de ASEAN plus China een eengemaakte markt van 2 miljard mensen, dat is zowat vier keer meer dan de Europese Unie.

De opkomst van China heeft mee gezorgd voor een enorme sprong in de samenwerking tussen de landen van het Zuiden. Vandaag al is de handel tussen de ontwikkelingslanden onderling even groot als de handel tussen de Westerse landen en de ontwikkelingslanden. De economie van de opkomende landen zoals China, India, Brazilië, Rusland en die van de ontwikkelingslanden is nu al groter dan de economie van de drie imperialistische metropolen de Verenigde Staten, de Europese Unie en Japan samen. Dat wil zeggen: voor het eerst sinds de geboorte van het kapitalisme, schuift het hart van de wereldeconomie weg uit de kapitalistische landen.

In 1917, met de revolutie in Rusland, moest het wereldwijde kapitalisme een zware nederlaag incasseren.

In 1949, met de revolutie in China, volgde een tweede zware nederlaag.

Telkens verloor het kapitalisme in zijn zwakste schakels, in de schakels die het steeds minder onder controle had. Vandaag gebeurt hetzelfde in heel wat landen van Afrika, Azië en Latijns-Amerika: het kapitalisme van Washington, Londen, Parijs, Berlijn en Brussel verliest de greep en de controle op die landen.

En je ziet hoe die landen steeds meer en verregaander samenwerken om hun gemeenschappelijke ontwikkeling te versterken, los van het Westen. Voor het eerst in de geschiedenis groeperen de landen uit Azië, Afrika en Latijns-Amerika zich op zo een grote schaal en op basis van wederzijds economisch voordeel. Voor het eerst is er een economisch verweer, een economische opstand van de landen die eeuwenlang gekoloniseerd werden.

De BRICS bijvoorbeeld. De BRICS, dat is het economisch, financieel, diplomatiek en politiek samenwerkingsverband tussen Brazilië, Rusland, India, China en Zuid-Afrika. Samen zijn die landen goed voor 41 procent van de wereldbevolking.

Afrika vaart wel bij die samenwerking. Zelfs de Financial Times, de krant van het Britse financierskapitaal, schrijft: "China's veelomvattend commercieel engagement in talrijke Afrikaanse landen valt samen met gelijkaardige inspanningen van Brazilië, India en Rusland en kan het economisch lot van het hele Afrikaanse continent wijzigen. Het Chinese engagement kan, samen met het engagement van Brazilië, Rusland en India, een einde stellen aan de Afrikaanse marginaliteit in de wereldeconomie."

Met deze mooie woorden van de Financial Times sluit ik af.

Dank u.

 

Geplaatst op deze site op 30 mei 2011.