Xie Fuzhan, directeur van het Nationaal Bureau voor de Statistiek maakt een balans op van de economische ontwikkeling in de periode 2003-2007.
1. Algemene gegevens
In de periode van 2003 tot en met 2007 kende onze nationale economie een gemiddelde jaarlijkse groei van 10,6 procent. Daarmee lag de groei van de Chinese economie de voorbije vijf jaar 6,1 procent hoger dan de jaarlijkse gemiddelde groei van 4,5 procent in de wereld. De Chinese groei lag de voorbije periode ook een stuk hoger dan de 9,8 procent jaarlijkse groei die onze economie kende sinds het begin van de hervormingen in 1978. De jaarlijkse verschillen waren de voorbije vijf jaar ook relatief klein wat een teken is van stabiele groei. Het bruto binnenlands product (BBP) steeg van 12,03 biljoen (een biljoen is duizend miljard) yuan in 2002 naaar 24,6 biljoen yuan. Het financieel inkomen van de staat is de voorbije vijf jaar bijna verdrievoudigd. Het bedroeg in 2007 5,13 biljoen yuan. Het kende een jaarlijkse gemiddelde groei van 22 procent. De groei neemt overigens jaar na jaar toe. Dankzij de groei van het fiscaal inkomen heeft de staat grote werken kunnen uitvoeren en de zwakke punten in de economische en sociale ontwikkeling kunnen verbeteren.
2. Landbouw, industrie, diensten
Sinds 2003 kende de landbouw, de bosbouw, de veeteelt en de visteelt een jaarlijkse groei van de toegevoegde waarde van gemiddeld 4,5 procent. De graanproductie bedroeg in 2007 meer dan 500 miljoen ton, het vierde hoogste cijfer in onze geschiedenis. De productie van katoen was dat jaar 7,6 miljoen ton, een verdubbeling ten opzichte van 2002. De omvang van de industrële productie steeg van 2003 tot en met 2007 met 80 procent. De omzet van uitrustingsgoederen voor de elektriciteitssector was in 2007 5 keer hoger dan in 2002. Die voor gieterijen was 3,4 keer hoger. Ook de winsten van de ondernemingen kenden een snelle groei. De industrie realiseerde in 2002 een winst van 578 miljard yuan. In 2006 was dat bijna 2 biljoen yuan. De gemiddelde jaarlijkse winstgroei over de voorbije periode was meer dan 30 procent. De dienstensector kende een snelle en evenwichtige groei. De voorbije vijf jaar was het aandeel van de dienstensector in de economie 40 procent. Financiële instellingen werden groter en sterker. Transport en communicatie groeiden snel. Het aantal kilometer-passagiers groeide met gemiddeld 9 procent per jaar. Het volume van de post steeg met gemiddeld 27 procent per jaar. Dat van het goederenvervoer met gemiddeld 15 procent per jaar.
3. Infrastructuur
Een aantal grote infrastructuurwerken konden worden beëndigd en tal van sleutelondernemingen maakten een technologisch hervormingsproces door. Het aantal kilometer spoorwegen in gebruik steeg van 72.000 in 2002 naar 77.000 in 2006. Het aantal kilometer autostrades steeg in die periode van 1,8 miljoen naar 2 miljoen. Het aantal kilometer snelwegen steeg van 25.000 naar 45.000. In 2002 was 30.000 kilometer pijplijn in gebruik. In 2006 was dat 48.000 kilometer. Het nationaal communicatienetwerk groeide aanzienlijk. Van 2002 tot 2007 steeg het aantal vaste telefoongebruikers van 214 naar 365 miljoen, een stijging van 70 procent. Het aantal gebruikers van mobiele telefoon steeg van 206 naar 547 miljoen, een stijging van bijna 170 procent. Het aantal internetgebruikers steeg van 59 naar 210 miljoen, 2,6 keer hoger. Het aantal dorpen waar er postbedeling is steeg tot 99,4 procent van het geheel. De energie-productie bedroeg in 2007 2,4 miljard standaard steenkool eguivalent, 64 procent hoger dan in 2002. Op het einde van 2007 bedroeg de capaciteit van de elektriciteitscentrales 700 miljoen kilowatt. De helft daarvan is de voorbije 5 jaar in gebruik genomen. De elektriciteitsproductie bedroeg in 2007 3,3 biljoen kilowatt uur, het dubbele van in 2002. De elektriciteitstekorten werden verminderd.
4. In- en uitvoer, buitenlandse investeringen
Het totale volume van de in- en uitvoer is nu het derde hoogste ter wereld. Het nam tussen 2002 en 2007 toe met 28 procent gemiddeld per jaar. De uitvoer bestond in 2007 voor 95 procent uit industriële producten. Daarbinnen nam de elektromechanische sector 57 procent voor zijn rekening. In 2002 was dat nog 48 procent. Van de industriële producten was 28,6 procent van hoog-technologische kwaliteit. In 2002 was dat 20,8 procent. De buitenlandse investeringen en de Chinese investeringen in het buitenland kenden een hoog groeiritme. Van 2003 tot 2007 bedroeg het volume Chinese investeringen in het buitenland (financiële investeringen in schatkistcertificaten en banken niet meegerekend): 2003: 2,9 miljard dollar 2004: 5,5 miljard dollar 2005: 12,3 miljard dollar 2006: 21,6 miljard dollar 2007: 18,7 miljard dollar De buitenlandse reserves van China stegen jaar na jaar en bereikten in 2007 een totaal van 1.530 miljard dollar.
5. Tewerkstelling, levensstandaard, sociale zekerheid
Het aantal nieuwe jobs in de steden groeide jaarlijks gemiddeld aan met 10 miljoen eenheden. De werkloosheid in de steden bleef tussen 2003 en 2007 relatief stabiel tussen de 4 en de 4,3 procent. Het beschikbaar inkomen van de stedelingen steeg in 2002-2007 met gemiddeld 9,8 procent, na aftrek van de stijging van de consumptieprijzen. Dat is 3,1 procent hoger dan in de periode 1979-2002. Het beschikbaar inkomen van de plattelandsbewoner steeg in 2002-2007 na aftrek van de stijging van de consumptieprijzen met jaarlijks gemiddeld 6,8 procent. De toegenomen welvaart was af te lezen uit de Engel-coëfficiënt (dat is het percentage van de voeding in de totale consumptie-uitgaven). In 2007 bedroeg de Engel-coëfficiënt in de steden 36,3 procent. In 2002 was dat nog 37,7 procent. Op het platteland daalde de Engel-coëfficiënt tussen 2002 en 2007 van 46,2 naar 43,1 procent. In 2007 had 6,1 procent van de inwoners een auto. In 2002 was dat nog 1 procent. Stedelingen en plattelandsbewoners genoten steeds meer van de sociale zekerheid. Dat systeem van verzekering voor pensioen, ziekte, werkloosheid, werkongevallen en zwangerschapsverlof werd stap na stap verder uitgebouwd. Het aantal mensen dat gedekt is neemt toe. Het aantal armen op het platteland zakte van 28,2 miljoen in 2002 naar 14,8 miljoen in 2002.
6. Onderwijs, wetenschap, cultuur
Het aantal jongeren dat in 2007 aan universiteiten en niet-universitaire hogescholen studeerde bedroeg 27 miljoen. In 2002 was dat 16 miljoen. Op vlak van wetenschap en techniek zijn er veel zaken gerealiseerd. De eerste Chinese satelliet landde op de maan. De bemande missies Shenzhou V en Shenzhou VI waren een succes. De 64-bits CPU chip werd in productie genomen. Wetenschappers maakten een doorbraak in de ontwikkeling van nieuwe rijstsoorten. Tegen het einde van 2007 had China 3.540 centra voor de bestrijding van epidemieën gebouwd. Er werd vooruitgang geboekt in de voorkoming en behandeling van AIDS, schistosomiasis, tuberculosis, hepatitis, pest, jodium tekort,... De hervorming van de gezondheidszorg heeft geleid tot projecten waarbij een nieuw systeem van coöperatieve medische zorg uitgeprobeerd wordt op het platteland. Daarbij zijn 730 miljoen mensen betrokken met een participatiegraad van 86 procent. De opbouw van een culturele infrastructuur zette stappen vooruit. De bouw van de Nationale Bibliotheek, de Nationale Digitale Bibliotheek en het Nationaal Museum is in zijn tweede fase. Op het einde van 2007 waren er 2.791 openbare bibliotheken, 1.634 musea, 263 radio-stations, 287 tv-zenders en 44 schoolzenders. Het land telde in 2007 151 miljoen aangeslotenen op het tv-kabelnet. 95 procent van de inwoners had radio en tv-ontvangst. Op de Olympische Spelen van Athene behaalden Chinese atleten 32 gouden, 17 zilveren en 14 bronzen medailles.
7. Problemen
De vooruitgang is over het algemeen erg indrukwekkend maar er blijven nog een belangrijk aantal tegenstellingen en problemen bestaan. De belangrijkste problemen zijn: het risico dat de economie oververhit geraakt door de snelle groei; het risico op een te sterke stijging van de consumptieprijzen; er is geen rationale verhouding tussen investering en consumptie en tussen buitenlandse en binnenlandse vraag; de basis voor een stabiele landbouwontwikkeling en voor een constante stijging van het inkomen van de boeren is niet stevig; de economische groei kost teveel energie; de ecologische kost voor de economische groei is zeer hoog; sommige lage inkomensgroepen hebben het nog steeds moeilijk; systemen en mechanismen zijn niet altijd perfect en op elkaar afgestemd.
Bovenstaande is een ingekorte versie van een artikel uit de Chinese editie van de Renmin Ribao, 21 mei 2008.