Het grote aantal buitenlandse journalisten in China staat niet altijd garant voor objectieve informatie. Dat blijkt nog eens uit het artikel dat in de New York Times verscheen en dat nadien in grote trekken overgenomen is door The Guardian, de BBC en andere media.
Het artikel begint met de beschrijving van de arrestatie van een dissident. Die wordt thuis "stormenderhand" opgepakt op het ogenblik dat zijn vrouw hun dochter van twee maanden een badje geeft. Bij het artikel hoort een foto van het jonge en tot dan nog gelukkige gezin. De vader wordt weggevoerd. Moeder en kind krijgen huisarrest. Dochtertje Qianci is nu "de jongste politieke gevangene van het land", schrijft de journalist. Dit verhaal dient als vertrekbasis voor wat dan een algemeen artikel wordt tegen "de vervolgingen" tout court in de aanloop naar de Olympische Spelen van 2008. Journalist Jim Hardley voegt in zijn relaas nogmaals een scheut zielepijn toe waar hij een gedicht citeert van een anonieme Chinese blogger die treurt over "het geketende volk". Hardley steunt zijn artikel op twee bronnen: Reporters Without Borders en Global Voices Online. De journalist omschrijft hen als niet-goevernementele en dus objectieve organisaties die diep bekommerd zijn om het geketende volk. In werkelijkheid is Reporters Without Borders een organisatie die geleid en mee-gefinancierd wordt door de Amerikaanse inlichtingendienst CIA. Global Voices Online wordt op zijn beurt geleid door mensen van Reporters Without Borders en staat daarmee eveneens onder controle van de CIA. Kopman van Reporters Without Borders is de Fransman Robert Ménard. Deze Ménard heeft ook nauwe banden met de maffia in Miami. In een eenheidsfront met de maffia voert hij al jaren strijd tegen Cuba en steunt hij de terroristische campagnes van de maffia en extreem-rechts tegen Cuba. Ménard heeft een zwaar palmares dat voor iedere journalist die een beetje research wil doen gemakkelijk toegankelijk is. Toch slaagt die man erin een vrij grote groep media te infiltreren met zijn organisatie. De New York Times, de krant die beschouwd wordt als de absolute wereldtop, hoort daarbij. De argeloze lezer wordt geïnformeerd over mensenrechten door een man van de CIA, de organisatie die sinds haar ontstaan in 1948 miljoenen mensen vermoord heeft. Mensenrechten is een lievelingsthema van de CIA en van Bush. De Amerikaanse president heeft in naam van de mensenrechten twee oorlogen gelanceerd met honderdduizenden doden en ontbering voor miljoenen anderen tot gevolg. Afgezien van het feit dat de overweldigende meerderheid op deze aardbol een andere opvatting heeft over mensenrechten dan de CIA en Bush, is het inderdaad zo dat er in China inbreuken gepleegd worden. Dat is waar in àlle landen van de wereld. In de Verenigde Staten heeft de president een wet ondertekend waarin staat dat folteren "in zekere mate" toegelaten is. In de VS kunnen 40 miljoen mensen zich geen ziekteverzekering permitteren wat dramatische gevolgen heeft voor hun gezondheidszorg, nochtans een elementair mensenrecht. In België worden onschuldige kinderen maandenlang gevangen gezet in gesloten centra enkel en alleen omdat ze een land ontvlucht zijn dat hen geen toekomst kan bieden. Nog in België leeft één bejaarde op vijf onder de armoededrempel, ook al is een gelukkige oude dag na een levenlang werken een mensenrecht. Zo zijn er voor ieder land inbreuken op de mensenrechten te melden. Reporters Without Borders en aanverwanten zijn op een zeer selectieve manier verontwaardigd, niet omwille van de mensenrechten maar omwille van de belangen van het Witte Huis. Zij maken misbruik van dat thema omdat het socialisme hen niet aanstaat en omdat ze een hekel hebben aan ieder land, of het nu China, Cuba of Venezuela is, dat ingaat tegen de hegemonistische ambities van de Verenigde Staten.
Bron: Jim Yardley, Dissident’s Arrest Hints at Olympic Crackdown, The New York Times, 30 januari 2008 http://www.nytimes.com/2008/01/30/world/asia/30dissident.html?_r=2&oref=...