De Chinese economie is in de maanden januari tot en met maart gegroeid met 6,1 procent. Dat is 9 procent hoger dan in West-Europa en de Verenigde Staten. Het is ook net iets hoger dan de 6 procent die de Chinese overheid als streefdoel vooropgesteld had.
Het bruto binnenlands product – datgene wat in het land geproduceerd wordt aan goederen en diensten – bedroeg in het eerste kwartaal van dit jaar 6.574 miljard yuan. Dat is ten opzichte van het eerste kwartaal van vorig jaar een stijging met 6,1 procent. De landbouw groeide met 3,5 procent, de industrie met 5,3 procent en de dienstensector met 7,4 procent.
Vooral de groei van de industrie in de maand maart is geruststellend. In de eerste twee maanden bedroeg de industriële groei 3,8 procent maar in maart nam de groei toe tot 8,3 procent. Zwakke schakel hier zijn de ondernemingen van buitenlandse investeerders. Hier daalde de groei in het eerste kwartaal met 1,4 procent in vergelijking met het eerste kwartaal van 2008.
Positief is de geografische verdeling van de industriële groei. De Chinese economie is 30 jaar geleden aan de grote sprong voorwaarts begonnen aan de oostkust. Daar werden 14 centra uitgekozen als groeipolen. De aandacht en de inspanningen gingen vooral hier naartoe met de bedoeling in een latere fase het hele binnenland mee te trekken. Die economische politiek is er mee de oorzaak van dat er grote verschillen bestaan in economische en sociale ontwikkeling tussen het oosten, het centrum en het westen. De overheid probeert dat recht te trekken. Dat zie je nu onder meer in de cijfers van het eerste kwartaal: de groei van de industriële productie bedroeg in het oosten 3,7 procent. Maar in centraal en westelijk China was die respectievelijk 5,2 en 11,8 procent.
De sterkste motor van de economische groei zijn de investeringen. Die stegen in het eerste kwartaal met 28,8 procent ten opzichte van het eerste kwartaal van vorig jaar. In het eerste kwartaal van 2008 – dat was een recordjaar qua economische groei – bedroeg de stijging ten opzichte van dezelfde periode van 2007 'slechts' 24,6 procent. Ook hier zijn er gelijkaardige geografische verschillen. In het oosten stegen de investeringen met 19,8 procent. In centraal en westelijk China waren de stijgingen respectievelijk en onthutsend 34,3 en 46,1 procent.
De inkomens van de mensen stegen aan een sneller ritme dan de economie. Dat komt door de stapsgewijze uitbouw van de sociale zekerheid, de belastingverminderingen, de groei van de werkende bevolking, de ruimere subsidies aan de boeren, de hogere prijzen voor graan die de regering aan de boeren betaalt. Het beschikbaar inkomen in de stad steeg in het eerste kwartaal tot gemiddeld 4.834 yuan per persoon. Dat is een stijging met 10,2 procent. Op het platteland steeg dat inkomen tot 1.622 yuan, een stijging met 8,6 procent. Als je rekening houdt met de evolutie van de prijzen – die in het eerste kwartaal negatief was – dan krijg je dit als resultaat: in de steden steeg het reëel beschikbaar inkomen per persoon in de eerste drie maanden van dit jaar met 11,2 procent en op het platteland met 9,6 procent. Telkens in vergelijking met de reële inkomens tijdens het eerste kwartaal van 2008. De inkomenskloof tussen platteland en stad bedraagt 1 tot 3. Zowel op het platteland als in de stad stijgen de inkomens snel, maar in de steden een stuk sneller. Hier heeft de overheid nog veel werk voor de boeg.
De toename van het inkomen en de uitbouw van de sociale zekerheid leidden tot grotere consumptie. Deze tweede motor van de economie wordt net als de investeringen voortdurend sterker. In het eerste kwartaal nam de detailverkoop in de winkels toe met 16 procent (rekening gehouden met de dalende consumptieprijzen). Vorig jaar bedroeg de stijging 12 procent.
De derde motor van de economie daarentegen, de export, sputtert, en nogal fel. China voerde in het eerste kwartaal 19,7 procent minder uit dan in het eerste kwartaal van vorig jaar.
Ook de buitenlandse investeringen gingen scherp naar beneden. Maar hier is toch een mogelijk herstel. In maart bedroegen die investeringen 8,4 miljard dollar. Dat is 9,5 procent minder dan vorig jaar in maart. In januari was de daling echter 33 procent en in februari 16 procent. De daling neemt dus af. Het vertrouwen van buitenlandse investeerders groeit omdat de Chinese economie het beter doet dan welke andere grote economie in de wereld.
Het herstel is dan ook sneller en diepgaander dan nogal wat studiebureaus in het Westen voorspeld hadden. Sommigen hadden zelfs beweerd dat de groei maar 2 procent zou bedragen. Maar nu zegt UBS, de grote Zwitserse bank: "De groei van 6,1 procent in het eerste kwartaal was enkel maar de start. Het tweede kwartaal zal nog een heel stuk sterker zijn."
Bovenstaande is geschreven door Peter Franssen, redacteur van www.infochina.be op 16 april 2009.
Bronnen: Mededelingen van het Nationaal Bureau voor de Statistiek; Terence Poon en Andrew Batson, 'China's Growth at Slowest in Almost Two Decades', Wall Street Journal, 16 april 2009.