De Chinese economie is het voorbije jaar gegroeid met 9 procent. Een behoorlijke prestatie als je de vergelijking maakt met de rest van de wereld. Maar toch een heel stuk beneden de groei van 13 procent in 2007. De regering is ervan overtuigd dit jaar een groei van 8 procent te kunnen realiseren.
Het land beschikt over sterke troeven om de internationale economische crisis op te vangen. In december kwamen de eerste tekens dat de Chinese economie al aan het herpakken is, dankzij de grote stimuleringspaketten die de overheid vrijgemaakt heeft. Als China inderdaad 8 procent groei realiseert dit jaar, dan wijzigt de economische balans in de wereld zich verder ten voordele van China want in Europa en de Verenigde Staten is het al crisis wat de klok slaat.
De voorbije tien jaar groeide de Chinese economie aan dit ritme:
1999 : + 7,6 procent
2000 : + 8,4 procent
2001 : + 8,3 procent
2002 : + 9,1 procent
2003 : + 10,0 procent
2004 : + 10,1 procent
2005 : + 10,2 procent
2006 : + 11,6 procent
2007 : + 13,0 procent
2008 : + 9,0 procent
De groei van 9 procent in 2008 is een veelvoud van de groei in de Verenigde Staten, de eurozone en Japan. Die bedroeg daar respectievelijk 1,2 procent, 1,1 procent en 0,4 procent.
De vertraging van de groei in China ten opzichte van de jaren 2003-2007 heeft hoofdzakelijk te maken met twee elementen: de internationale financiële en vervolgens ook economische crisis en de maatregelen van de Chinese regering in het voorjaar van 2008 om oververhitting, de te snelle groei van de economie tegen te gaan. Bij oververhitting zijn er teveel investeringen die leiden tot te grote en te snelle prijsstijgingen.
De drie sectoren van de economie kenden in 2008 deze groei:
landbouw : + 5,5 procent
industrie : + 9,3 procent
dienstensector : + 9,5 procent
Alleen de landbouw is sneller gegroeid dan in 2007. Toen bedroeg de groei in de landbouw 3,7 procent.
Drie factoren bepalen de groei
De economie wordt vooruit gestuwd door drie factoren: de uitvoer, de binnenlandse consumptie en de investeringen.
De factor die de economische groei het meest getemperd heeft is de uitvoer. Vanaf de tweede helft van 2008 daalde de groeivoet van de uitvoer. Vanaf september viel ze zelfs als een baksteen. In november lag de uitvoer 2,2 procent lager dan in november 2007, de groei was helemaal weggevallen. Gelukkig was de eerste jaarhelft sterk geweest zodat de uitvoer over het hele jaar 2008 toch met 17,2 procent groeide. Dat is een stuk minder dan de groei van 25,7 procent in 2007 maar toch nog een veelvoud van de 4 procent exportgroei gemiddeld in de wereld in 2008.
Twede factor: de binnenlandse consumptie. Die is in de loop van 2008 sterker gegroeid dan in 2007. In 2007 groeide de binnenlandse consumptie (inflatie gezuiverd) met 12 procent. In 2008 was dat met 15,7 procent. De grotere stijging van de binnenlandse consumptie is een gevolg van de aangroei van de beroepsbevolking en van de "eerst-de-mensen" politiek van de overheid. In vergelijking met 2007 stegen de uitgaven van de centrale regering in sociale sectoren zo:
plattelandsontwikkeling : + 38 procent
onderwijs : + 47 procent
gezondheidszorg : + 25 procent
sociale zekerheid : + 20 procent
De grotere overheidsuitgaven voor onderwijs en sociale zekerheid stimuleren de consumptie omdat de mensen zelf minder moeten betalen voor die diensten en er dus koopkracht overschiet. Bovendien steeg het beschikbaar inkomen (loon, sociale uitkeringen, subsidies, minus belastingen) van de gemiddelde stedeling met 8,4 procent. Dat van de plattelandsbewoner steeg gemiddeld met 8,0 procent. Telkens rekening gehouden met de stijging van de prijzen – het gaat dus om een netto inkomensstijging.
Derde factor die de economische groei bepaalt zijn de investeringen. De investeringen groeiden in 2008 met 25,5 procent. Dat is 0,7 procent meer dan in 2007. In werkelijkheid was de investeringsgroei in 2008 zwakker dan in 2007 omdat in die percentages de inflatie niet meegerekend is. Die lag in 2008 op 5,9 procent, dat is 1,1 procent hoger dan in 2007.
90 procent van de gerealiseerde investeringen is Chinees, 4,4 procent van de investeringen komt uit Macao, Taiwan en Hong Kong en 5,4 procent komt uit het buitenland.
De staatsondernemingen nemen 42 procent van de investeringen voor hun rekening.
Maatregelen om de crisis op te vangen
De regering wil voortgaan met de politiek die in de loop van vorig jaar steeds meer aan kracht won: versterking van de binnenlandse consumptie en verhoging van de investeringen om de mindere groei van de uitvoer op te vangen. Het sleutelelement in deze politiek is het stimuleringsplan ten belope van 4 biljoen yuan (570 miljard dollar) dat begin november bekend gemaakt werd. Het bedrag zal besteed worden aan de verkeers- en sociale infrastructuur.
In 1997, toen de Aziatische crisis verscheidene Oost-Aziatische landen naar de rand van het failliet duwde, lanceerde China een groots investeringsplan. De crisis ging aan China voorbij en het land slaagde erin het continent terug op te krikken. In die periode ging het om investeringen in de bouw van vlieghavens, zeehavens, elektriciteitscentrales en snelwegen. Deze keer zijn de investeringen gericht op de spoorwegen en de metro's maar ook op de bouw van sociale woningen, ziekenhuizen en scholen, hogere financiering van de sociale zekerheid, milieubescherming en waterzuivering. De investeringen zullen zo een directe invloed hebben op het levensniveau en de levenskwaliteit van de mensen. Waardoor dan weer de binnenlandse consumptie gestimuleerd wordt.
Daarnaast zijn er nog andere maatregelen (sommige zitten vervat in het pakket van 4 biljoen yuan, andere niet – het onderscheid is niet altijd duidelijk):
-
Onderwijs platteland: in de armste gebieden van het land zal de regering ook het middelbaar onderwijs gratis maken – vorig jaar is het lager onderwijs gratis geworden.
-
Boeren levensniveau: de regering breidt zijn programma voor subsidiëring van aankoop van duurzame huishoudgoederen uit. Sinds december 2007 kunnen de plattelandsbewoners in de helft van de provincies genieten van een subsidie van 13 procent bij aankoop van een kleuren TV, een koelkast, een gsm, een wasmachine en een diepvriezer. Nu geldt die subsidie voor alle plattelandsbewoners en voor al die producten plus ook voor een motorfiets, een computer, een waterverwarmer en een airconditioner.
-
Plattelandsontwikkeling: de centrale regering trekt hiervoor in 2009 600 miljard yuan uit. Dat is 38 procent meer dan in 2008. Vorig jaar bedroegen de rechtstreekse subsidies aan de boeren 103 miljard yuan. Die zullen verhogen net als de som voor de bouw van infrastructuur en de investeringen in de sociale zekerheid op het platteland. Er zal ook meer geld gaan naar onderwijs en gezondheidszorg.
-
Auto's: de belasting op de aankoop van een auto beneden de 1600 cc wordt met de helft verminderd van 10 naar 5 procent. Plattelandsbewoners krijgen een subsidie voor de aankoop van een auto voor een totaal van 5 miljard yuan. De komende 3 jaar zal de overheid de autosector voor een bedrag van 10 miljard yuan subsidiëren op het vlak van de verbetering van de technologie en research naar zuivere energievormen.
-
Gezondheidszorg: de komende drie jaar zal China 850 miljard yuan (123 miljard dollar) vrijmaken om de medische zorg uit te breiden, toegankelijker en goedkoper te maken.
-
Premie: 75 miljoen van de armste plattelandsbewoners krijgen een eenmalige premie van 100 tot 150 yuan naar aanleiding van het Nieuwjaarsfeest.
Naast al deze maatregelen van de centrale regering, zijn er ook provinciale en stadsinitiatieven. Zo zal de provinciale overheid van Guangdong 350 miljard yuan besteden aan nieuwe spoorverbindingen. Nog eens 220 miljard yuan moet het netwerk van snelwegen in Guangdong verbeteren. De hoofdstad Beijing gaat dit jaar voor 28 miljoen vierkante meter huizen en appartementen bouwen. 40 procent daarvan zijn sociale woningen. Shanghai heeft een gelijkaardig plan.
Eerste successen
Eén zwaluw maakt de lente niet, zeer zeker, maar er zijn toch tekens dat de economische politiek van de Chinese overheid zijn eerste successen boekt. Een paar indicaties:
-
Bankleningen. In december, één maand na de afkondiging van het stimuleringsplan van 4 biljoen yuan, stegen de leningen naar 740 miljard yuan. Dat is 270 miljard yuan meer dan in november. Halfweg januari bleek dat de groei de trend van december aanhield. De toename van de bankleningen wijst erop dat de investeringen groeien.
-
Investeringsvertrouwen. De Nederlandse bankengroep ING heeft 1.300 Chinese en buitenlandse bedrijfsleiders gevraagd naar hun investeringsplannen voor 2009. In september 2008 zegde slechts 38 procent van hen dat de Chinese economie in de eerste drie maanden van 2009 terug zou opveren. Begin januari zegde 50 procent dat. Twee op drie zegden dat ze in het eerste kwartaal van dit jaar meer zullen investeren dan in hetzelfde kwartaal van vorig jaar.
-
Binnenlandse consumptie. In oktober 2008 lag de consumptie 12,4 procent hoger dan in oktober 2007. Oktober was de slechtste maand van het jaar. In november lag de consumptie al 18,4 procent en in december 20,7 procent hoger dan de overeenkomstige maand van 2007. (De cijfers zijn inflatie gezuiverd.)
-
Bestellingen en export. De Purchasing Managers' Index (PMI) is een graadmeter waarmee je de gezondheidstoestand van de economie kan nagaan. In de PMI zitten een aantal data zoals de grootte van de bestellingen, de toe- of afname van de export, de bezetting van het machinepark, de omvang van de productie... Als deze index onder de 50 punten valt, gaat het niet goed. In november stond de index op 38,8. Maar in december stond hij op 41,2. Weliswaar slechts een lichte stijging, maar toch een stijging. En dat is bemoedigend want in de VS en Europa zakte de PMI steeds verder weg. In december steeg de sub-index van de bestellingen in China van 32,3 in november naar 37,3. De sub-index van de uitvoer steeg van 29,0 in november naar 30,7 in december.
-
Staal. De staalsector is één van de minst sterke in China. Toch was er in december al een verhoging van de staalprijs met 8,7 procent in China. Dat was een gevolg van de hogere binnenlandse vraag, op zich een gevolg van de verscheidene stimuleringsplannen. Chinese en Amerikaanse analysten zeggen: "De prijsverhoging weerspiegelt de verwachting dat na het Lentefestival (25 januari) de vraag verder zal toenemen."
-
Koper. Op dit ogenblik kunnen de koperproducenten in China de vraag niet bijhouden. China is de grootste koperproducent ter wereld. De nummer één in China, Jiangxi Copper, is zijn productie met 12 procent aan het uitbreiden maar dat is onvoldoende. Het State Reserves Bureau, het overheidsorgaan dat tussenkomt in de markt als er onvoldoende grondstoffen zijn, is in het buitenland op zoek naar koper. Ook naar zink en indium.
Er is dus hoop. En meteen ook een beetje hoop voor de rest van de wereld. China is het land dat het meeste bijdraagt tot de economische groei in de wereld. Mocht de steeds erger wordende crisis in de Verenigde Staten en Europa China toch met de rug tegen de muur duwen, dan is de Chinese overheid goed gewapend. De regering had de voorbije jaren een overschot op de begroting en heeft een flinke spaarpot, de uitstaande schuld is erg klein en China beschikt over 2.000 miljard dollar aan reserves in buitenlandse deviezen. De regering heeft zo erg veel ruimte voor fiscale stimuli – heel anders dan de overheid in de VS en in Europa.
De Chinese overheid denkt alleszins dat de economische groei in 2009 de kaap van 8 procent zal halen. De UNDP (het Ontwikkelingsfonds van de UNO) zei midden januari dat het 8,4 procent zal zijn, de Amerikaanse bankengroep Citigroup schatte de groei een dag later op 8,2 procent, en nog een dag later zei de Chinese Academie voor Sociale Wetenschappen dat het 8,3 procent zal zijn. Wait and see.
Bovenstaande is geschreven door Peter Franssen, redacteur van www.infochina.be, op 22 januari 2009.