Chinese economie aan de beterhand ?

Het is niet makkelijk in te schatten in welke mate de Chinese economie bevangen is door de wereldwijde recessie of dat ze het ergste al achter de rug heeft. De meeste Chinese analysten zijn overtuigd van het tweede, ook al voegen ze er onmiddellijk aan toe dat er nog zware maanden voor de boeg liggen. De Wereldbank meent ook dat het ergste voorbij is, maar vindt tegelijk dat China zwaarder getroffen is dan eerst gedacht. Een aantal economische indicatoren van het einde van vorig jaar en van de twee eerste maanden van 2009 doen vermoeden dat het herstel zich inderdaad ingezet heeft. Laten we die cijfers wat nauwkeuriger bekijken.

De economische groei bedroeg in 2007 13 procent. In 2008 zakte de groei van 11 procent in het eerste naar 6,8 procent in het laatste kwartaal. De vermindering van de groei heeft zich einde 2008 niet overal voorgedaan en ook dit jaar zijn er belangrijke verschillen.

Vooreerst de consumptie van de bevolking. Die vormt met de investeringen en de in- en uitvoer de troika, de drie motoren van de economische groei. In het vierde kwartaal van 2008 (de maanden oktober, november en december) kende de kleinhandel een record-groei. De drie laatste maanden schommelde de groei tussen de 18 en 20 procent netto (rekening gehouden met de inflatie). In de eerste twee maanden van dit jaar groeide de consumptie sneller dan januari-februari vorig jaar maar minder snel dan einde 2008. De twee eerste maanden van 2008 was de netto-groei 12 procent. In januari en februari van 2009 was dat 15 procent. Alles bij mekaar kan je zeggen dat de consumptie van de bevolking blijft groeien, aan een haast constant ritme. Dat is  meteen de grote tegenstelling met wat in het Westen gebeurt. Daar zakt de consumptie snel en diep.

Binnen het scala van consumptiegoederen zijn er in China grote verschillen. Het aantal verkochte auto's steeg in januari en februari spectaculair, tot met 100 procent voor sommige categorieën, terwijl de stimuleringsmaatregelen voor de verkoop van wasmachines, diepvriezers en air conditioners op het platteland niet het verhoopte succes hebben.

Tweede motor van de economische groei: de investeringen. Sinds 2003 zijn de investeringen de sterkste motor van de groei. In de periode 2003-2007 bedroeg de groei van de investeringen jaarlijks ruim 20 procent. Dat is fenomenaal veel. Vorig jaar zakte de groei tot net iets onder die 20 procent netto (inflatie meegerekend). Maar dit jaar is de groei sterker. In de twee eerste maanden van dit jaar groeiden de investeringen netto met meer dan 25 procent. Dat is een gevolg van het stimuleringspakket van 4.000 miljard yuan van de overheid. De investeringen in bijvoorbeeld de spoorwegen – één van de zwaartepunten van het stimuleringspakket – stegen met 221 procent in januari en februari.

Derde motor van de economische groei: de in- en uitvoer. In het vierde kwartaal van 2008 vielen zowel de in- als de uitvoer ferm terug. Vanuit het Westen namen de bestellingen af. En in China zelf hadden nogal wat ondernemingen belangrijke stocks in grondstoffen en half-afgewerkte producten aangelegd omdat ze vreesden dat de stijging van de grondstoffenprijzen zich zou blijven doorzetten. De uitvoer viel in dat kwartaal minder sterk terug dan de invoer zodat China globaal een overschot op de handelsbalans overhield van 114 miljard dollar. Als je rekening houdt met de koersverschillen in de munten en met de prijsstijgingen, is dat toch een toename van het overschot van 15 procent ten opzichte van het vierde kwartaal van het jaar ervoor. Maar in januari en februari zijn zowel de in- als de uitvoer veel dramatischer teruggevallen. In februari viel de uitvoer terug met 25 procent, de scherpste daling van de voorbije 10 jaar. De import viel terug met 24 procent. Het overschot op de handelsbalans bedroeg in februari minder dan 5 miljard dollar. Zeven keer minder dan in januari en 95 procent minder dan in het vierde kwartaal van 2008. Dat is een ineenstorting.

De zwakke schakel in de economische motor is dus de in- en uitvoer. Die draagt op dit ogenblik niet meer bij tot de economische groei. Je kan het positief noemen dat één van de doelstellingen van het lopende Vijfjarenplan gerealiseerd is: een verschuiving van de groei van de uitvoer naar een sterkere groei van de consumptie en van de investeringen. Maar negatief is dat dit veel te radicaal en veel te bruusk gebeurt.

Industriële groei herpakt

Wat is de weerslag van deze prestaties op de economische groei? Voorlopig is er nog geen cijfer bekend. Pas midden april zal het Nationaal Bureau voor de Statistiek bekend maken in welke mate het bruto binnenlands product in het eerste kwartaal van 2009 geëvolueerd is.
We weten wel dat de industriële groei in de maanden januari-februari van dit jaar 3,8 procent bedroeg ten opzichte van de twee eerste maanden van 2008. Voor enkel de maand februari was de groei 11 procent. Dat laatste cijfer is bemoedigend, maar het is ook misleidend omdat het Nieuwsjaarfeest dit jaar in januari viel en vorig jaar in februari. Gedurende het Nieuwjaarsfeest ligt het economisch leven gedurende een week zo goed als stil. Als we voor de maand maart een bevestiging krijgen in de buurt van 7 procent of zelfs nog hogere groei ten opzichte van vorig jaar, zitten we heel goed. In het vierde kwartaal van 2008 bedroeg de industriële groei 6,4 procent.
Ook hier zijn er erg grote verschillen. De staal- en metaalindustrie groeide in november 2008 in negatieve zin: min 4,8 procent. In december was er een herstel met 0,8 procent. De chemie-industrie groeide in november met 0,9 procent en in december met 4,4 procent. De non-ferro groeide in november met 2,3 en in december met 9,5 procent. (De cijfers zijn telkens in vergelijking met dezelfde maand van het jaar ervoor.)
Deze drie belangrijkste sectoren van de industrie vertoonden hetzelfde stramien: een dieptepunt in november, een licht tot goed herstel in december. In januari en in februari heeft dat herstel zich sterker doorgezet, dat weten we omdat de orders zowel in de staal, de non-ferro als de chemie zich herstelden. Hoe sterk en hoe duurzaam dat herstel is, zullen we weten half april.

Bovenstaande is geschreven door Peter Franssen, redacteur van www.infochina.be, op 19 maart 2009.

Bronnen: Mededelingen van het Nationaal Bureau voor de Statistiek, artikels op de site van Bloomberg, uit de Financial Times en een interview met de professoren Liu Wei en Cai Zhizhou in de Chinese editie van de Renmin Ribao, 23 februari 2009.