Centrale staatsondernemingen winnen aan macht en invloed

In een uitgebreid artikel vertelt Barry Naughton hoe de overheid een belastingsysteem probeert uit te dokteren voor de belangrijkste staatsondernemingen. Hij schetst daarbij ook de evolutie van die ondernemingen.

In 2003 richtte de overheid de SASAC op, een regeringsorganisme dat verantwoordelijk werd voor de toen nog 196 belangrijkste staatsondernemingen. Einde 2007 waren er nog 152: de SASAC had ondernemingen gefusioneerd om sterkere groepen te vormen. Deze 152 zijn holdings met verscheidene ondernemingen en dochterondernemingen. De managers van deze holdings zijn nauw verbonden met de Communistische Partij. Ruim 50 van hen worden rechtstreeks aangeduid door de Organisatie-afdeling van de CCP. Zij staan op hetzelfde niveau als een minister. De overige honderd worden door de SASAC benoemd. De SASAC zelf wordt geleid door Li Rongrong. Hij wil het aantal holdings van 152 terugbrengen tot maximum 100 waarvan er 30 een eersterangsrol moeten spelen op het internationale toneel. Ieder van de 100 ondernemingen moet de nummer één, twee of drie van zijn sector zijn of worden. Dat proces is sinds de stichting van de SASAC in 2003 in een stroomversnelling gekomen. In 2003 boekten deze ondernemingen een winst van 30 miljard euro wat toen overeenkwam met 2,2 procent van het bruto binnenlands product. Vorig jaar maakten diezelfde firma's een winst van 100 miljard euro, zijnde 4 procent van het BBP. Dat is een erg sterke stijging, ook al moet gezegd dat de winst voor bijna 70 procent gerealiseerd wordt door slechts 9 firma's. Maar deze centrale staatsondernemingen hebben in ieder geval de voorbije vier jaar veel aan macht en invloed gewonnen. De toestand, schrijft Naughton, is niet meer te vergelijken met vroeger.

Bron: Barry Naughton, SASAC and Rising Corporate Power in China, China Leadership Monitor, Spring 2008, nr. 24 http://media.hoover.org/documents/CLM24BN.pdf