De term autonomie brengt ons denken naar noties van uitsluiting: deuren, vensters en grenzen sluiten. In dat geval stopt de dynamiek van de autonomie, de relatie tussen centraal en lokaal is onderbroken. China voelt autonomie anders aan, voor China staat de wisselwerking tussen centraal en lokaal bovenaan. Voorbeeld daarvan is het autonome gebied Tibet.
‘Centraal’ schuift de grote economische, politieke en sociale oriëntaties naar voor. Velen onder ons denken dat Tibet bestuurd wordt door Han Chinezen met een handvol Tibetaanse marionetten-functionarissen in hun dienst. Wij weten niet dat het Tibetanen zijn die hun eigen regio besturen. Het aandeel Tibetaanse functionarissen is 70 procent in de grote steden en bereikt 90 à 100 procentop het platteland. Nergens in Tibet zul je een dorpsburgemeester vinden die Han is (er zal wel ergens één uitzondering zijn), allen zijn ze Tibetaan. De dorpsleiding, het bestuur van het kanton en de bestuursraden van de departementen worden allen gekozen bij algemeen en direct stemrecht, om de zes jaar. In alle bestuursorganen bijeen, van hoog naar laag, het Volkscongres (parlement) van Lhasa inbegrepen, zijn 80 procent van de leden Tibetaan.
Het geheel van het Tibetaanse administratief personeel is evenmin een "handvol marionetten", het gaat over ongeveer 130.000 personen, functionarissen en technici in dienst van de lokale regering samen, zonder de politie mee te tellen, die eveneens bestaat uit Tibetanen. Die massa mensen is niet zomaar een kudde schapen, er heerst een sfeer van debat op het hoog plateau (terwijl de dalaïsten in het Westen het hebben over de "Han terreur"). Alles wat de organisatie van het concrete leven betreft, passeert de discussie, op alle niveaus en op alle terreinen (behalve over ‘onafhankelijkheid’, dat zou de nationale eenheid bedreigen). Een klein voorbeeld: in 2005 ontmoette ik een schepen van de stad Lhasa, die me zei dat de discussie van het moment ging over urbanisme. De vraag was: "Moet elke nieuwe bouw buiten het oude stadscentrum ook de traditionele Tibetaanse stijl hebben of mag het modernisme een zekere plaats krijgen?" Slechts één voorbeeld uit de duizenden.
Het zijn de Tibetaanse verkozen leiders die beslissen over de ontwikkeling van hun regio. Uiteraard is de lokale overheid in interactie met de centrale. Vooreerst zijn er de subsidies van de centrale overheid, enorme bedragen de laatste jaren. De centrale staat beslist over de grote projecten, zoals de spoorlijn, maar in overleg met lokaal. De regionale overheid beslist over het gebruik van de gewone subsidies, in overleg met de centrale regering. Op elk ogenblik is er communicatie over en weer tussen centraal et lokaal, is er dialoog en onderhandeling. Een voorbeeld: de Chinese president zegt: "Het plan ter bestrijding van de financiële crisis moet geld vrijmaken in China ten voordele van de landbouw." Vereenvoudigd kan men zeggen dat dit in het binnenland van China vertaald wordt in subsidies voor de kleine en middelgrote agro-alimentaire industrie, terwijl in Tibet de lokale overheid beslist om verder geld te besteden aan de renovatie van boerderijen, aan het verbeteren van de beschikbaarheid van kraantjeswater en aan het aanleggen van kleine wegen naar afgelegen dorpen. Dit is opnieuw slechts één voorbeeld uit de vele.
In de relatie tussen centraal en lokaal wordt het accent precies gelegd op de relatie, op de dynamiek van die relatie (noem dat yin-yang of dialectiek, zo je wilt). Wij Europeanen, zijn geprononceerder en graven ons vlugger in bij één van de twee kanten, met soms loopgravenoorlogen als gevolg. In China zijn de bevoegdheden minder duidelijk afgebakend dan bij ons. De interacties zijn talrijk, zo blijkt ook uit de wetgeving. Er zijn nationale wetten, nationale wetten aangepast aan de condities van Tibet en specifieke wetten voor Tibet, telkens geval per geval zo bepaald, onderhandeld en overeengekomen tussen lokaal en centraal. De lokale regering van Tibet kan eigen wetten voorstellen, wijzigingen aan nationale wetten of zelfs een nationale wet weigeren, maar nooit zonder overleg. Drie voorbeelden: polyandrie (veelmannerij) en polygamie zijn legaal in Tibet, daar waar ze dat niet zijn in de rest van China; de belastingen op de inkomens zijn lager in Tibet dan in de rest van China; de reglementering van één kind per gezin is nooit van toepassing geweest in Tibet.
Ons Westers denken is niet zo vertrouwd met een dergelijke heen en weer communicatie, bij ons herleidt zich dat vlug tot “ga weg” of “kom hier”, waarbij een dominante positie dan nog de tendens heeft om zijn dominantie te versterken, zonder concessies, zonder dialoog. Natuurlijk is de heen en weer communicatie in China niet ideaal, er zijn veel momenten en situaties waar het ene aspect het andere domineert. Maar het oude Chinese denken – en het huidige – zegt dat "een heerser die alles probeert te beheersen, van bij het begin al beseft dat hij niet lang zal heersen".
Bovenstaande is geschreven door Jean-Paul Desimpelaere op 22 maart 2009 en is overgenomen van de site www.tibetdoc.eu.