Amerika wil China's hulp – maar om wat te doen ?

De financiële crisis moet ons wakker schudden, wij staan voor uitdagingen die we op ons eentje niet aankunnen. Dat zegt Robert Zoellick, de grote baas van de Wereldbank. Hij vindt ook dat China bij de G7 moet komen, de groep van de zeven rijkste landen die onder mekaar de wereldzaken regelen.

Robert Zoellick was op het einde van de jaren '90 samen met de latere vice-president Dick Cheney, defensieminister Donald Rumsfeld, vice-defensieminister Paul Wolfowitz mede-oprichter van het PNAC, het Project for a New American Century, . Dat nogal schrikwekkende gezelschap wilde naar eigen zeggen "het wereldleiderschap van Amerika promoten".
Belangrijke fans van het PNAC waren president Bush en zijn veiligheidsadviseur en later minister van Buitenlandse Zaken Condolleeza Rice. Die mevrouw zei vlak na de aanslagen van 11 september 2001: "We moeten deze kans grijpen om de Amerikaanse belangen en instellingen te herpositioneren." Met andere woorden: om de greep van de Verenigde Staten op de wereld te versterken.
Twee jaar later zei Condolleeza Rice: "Sommigen praten over multipolariteit alsof dat een goeie zaak is, iets waar je naar moet streven, ook in je eigen belang. Maar in werkelijkheid is multipolariteit geen goeie zaak, geen visie en geen eenmakende idee." Unilateralisme, wij en niemand anders leiden de wereld,... dat was het streven van het PNAC, president Bush, Condolleeza Rice en Robert Zoellick.

Na de ineenstorting van de Sovjet-Unie in 1991 waren er niet veel grote landen die deze mensen durfden tegenspreken. Behalve misschien China. En dan nog alleen met stille stem. Toch vond Rice dat China toen al een gevaar was en als dusdanig ook moest behandeld worden. Tijdens de verkiezingscampagne van 2000 die Bush voor het eerst naar het Witte Huis voerde, zei Rice: "China is voor ons een strategische rivaal en geen strategische partner."

Van strategische rivaal naar verantwoord medespeler

Maar vanaf september 2005 wordt de confrontatie-politiek bijgesteld. Robert Zoellick houdt een toespraak tot de Amerikaanse parlementscommissie die de relaties tussen de Verenigde Staten en China volgt. Hij zegt: "We moeten China aanmoedigen een medespeler te worden die zich verantwoordelijk gedraagt. Als een 'verantwoord deelnemer' van de internationale gemeenschap zou China veel meer zijn dan een lid, het zou samen met ons het internationaal systeem schragen dat voor zijn succes gezorgd heeft." Van strategische rivaal naar verantwoord medespeler – het is een hele overgang.

In december 2007, als de hemel boven het financieel en industrieel systeem in het Westen volgepakt is met zware onweerswolken, zegt Zoellick: "China is een groeimotor in de wereld. Het kan ons helpen een globale recessie te vermijden. De Chinese economie en de wereldeconomie zijn aan elkaar gelinkt. Wij moeten nu handelen in overeenstemming met ons concept van 'verantwoord medespeler'."

Op 6 oktober van dit jaar zegt Zoellick: "De wereldwijde financiële crisis is een oproep tot bredere samenwerking onder meer landen. De G7 functioneert niet." De G7 is de club van zeven rijkste landen onder leiding van de Verenigde Staten. De andere lidstaten zijn Groot-Brittannië, Duitsland, Japan, Frankrijk, Italië en Canada. Volgens Zoellick moet daar China bij maar ook India, Zuid-Afrika, Rusland, Saudi-Arabië en Brazilië. Zoellick: "Het nieuwe multilateralisme moet passen in deze tijd. Het moet de kracht van de verscheidene actoren en instituten bundelen."

Robert Zoellick staat in zijn opvatting niet alleen. Eén van zijn medestanders is John Ikenberry, een man met nogal wat gezag in Washington. Deze professor Internationale Verhoudingen kritiseert al jaren het beleid van president Bush. Hij is een tegenstander van het PNAC. Hij zegt dat die organisatie een 'neo-imperialistische strategie' nastreeft die verwerpelijk is, niet zozeer vanuit moreel oogpunt maar vooral omdat ze de Amerikaanse macht en invloed in de wereld in de feiten ondermijnt. Deze Ikenberry springt PNAC-lid Zoellick bij en zegt nu: "De Verenigde Staten kunnen de opgang van China niet tegenhouden. Maar wij kunnen er wel aan werken dat China zijn wereldmacht zal uitoefenen binnen de regels en de instellingen die de Verenigde Staten en hun partners de voorbije eeuw uitgebouwd hebben." Ook Ikenberry vindt dat de Verenigde Staten alles moeten doen om van China "een verantwoord medespeler te maken binnen de structuren en de regels die wij opgesteld hebben".

Nog een andere medestander van deze opvatting is Hank Paulson, de Amerikaanse minister van Financiën. Hij zegt: "De Verenigde Staten hebben een groot belang in een welvarend en stabiel China. Wij willen dat China mee verantwoordelijk wordt voor het internationaal systeem."

De wereld keert zich tegen Amerika

Robert Zoellick, Hank Paulson en John Ikenberry geloven niet dat China op dit ogenblik "een medespeler is die zich verantwoordelijk gedraagt". Maar ze zijn er wel van overtuigd dat er geen alternatief is dan proberen China die weg op te duwen. De toestand, zo zeggen ze, is vandaag anders dan in de jaren '90 toen de Sovjet-Unie uit mekaar gespat was en de PNAC gesticht werd.

De Amerikanen zitten vast in Afghanistan. Ze voeren daar al 7 jaar oorlog, zonder enig uitzicht op een overwinning. De miserie is zo erg dat zelfs de marionet van de Amerikanen, de Afghaanse president Karzai, hen niet meer gehoorzaamt en achter de rug van zijn bazen in het geheim onderhandelt met de Taliban. In Irak is de toestand al even uitzichtloos. De Verenigde Staten pompen zonder succes honderden miljarden dollar in de oorlog. Die is goedgepraat met een resem leugens over massavernietigingswapens. De oorlog heeft Saddam Hoessein maar veel meer nog het moreel gezag van de Verenigde Staten in de wereld weggevaagd.

De Financial Times schrijft: "De erosie van het Amerikaanse moreel gezag is begonnen met de oorlog in Irak. Sinsdien is die erosie alsmaar sterker geworden." Ook Fareed Zakaria, de hoofdredacteur van Newsweek, beschrijft in zijn boek The Post-American World hoe de antipathie voor de Verenigde Staten wereldwijd nog nooit zo groot geweest is: tijdens de 45 jaar van de Koude Oorlog, was het anti-Amerikanisme een zaak van links en van het traditioneel activisme maar er bleef altijd een centrum en een rechterzijde die anticommunistisch waren en daarom per definitie pro-Amerikaans. Nu echter is de weerzin voor de Verenigde Staten algemeen. Zelfs tijdens de Vietnam-oorlog of toen in het begin van de jaren '80 beslist werd Amerikaanse Pershing-kernraketten op Europees grondgebied te plaatsen, waren de anti-Amerikaanse gevoelens in Europa nooit zo groot als nu. Dat geldt overigens niet alleen voor Europa maar voor de hele wereld.

Als de Venezolaanse president Hugo Chavez naar het spreekgestoelte van de UNO stapt, een dag nadat president Bush daar stond, kan hij zeggen: "Het stinkt hier nog naar solfer." In de vergaderzaal onthalen bijna alle vertegenwoordigers van de derde wereld die uitspraak met gegrinnik en gelach. Chavez krijgt de sympathie van de derde wereld als hij de Amerikaanse president, Gods eigen gezant, en plein public de broek aftrekt.

Weg met het Washington-recept

Latijns-Amerika, Afrika en Azië hebben hun buik vol van het Washington-concept. Dat is het recept van het Internationaal Monetair Fonds: deregulering, afbouw van de sociale sector, vermindering van de lonen en wedden, maximale vrijheid en minimale belastingen voor de westerse ondernemingen. Dat recept bracht geen verbetering in de economische toestand van die landen. Het omgekeerde gebeurde: Argentinië ging bijna failliet en in verscheidene Aziatische landen brak in 1997 een verwoestende crisis uit.

Tegenover het Washington-concept groeide in de derde wereld een Beijing-concensus, een algemene instemming met wat er in China gebeurde en met wat China op internationaal vlak doet. Want China trok een half miljard mensen uit de armoede, bouwde jaarlijks voor 20 miljoen mensen steden zonder bidonvilles, realiseerde industriële groeicijfers van 20 à 25 procent per jaar. China sloot ook met tientallen landen in de derde wereld handelscontracten die veel efficiënter bleken en de betrokken landen veel meer opbrengen dan de contracten met de Verenigde Staten en West-Europa.

In november 2006 kwamen 48 Afrikaanse staats- en regeringsleiders samen in Beijing. Het was de grootste Afrikaanse top ooit buiten Afrika. China beloofde daar de ontwikkelingshulp aan Afrika binnen de twee jaar te verdubbelen, onmiddellijk 5 miljard dollar vrij te maken voor leningen en kredieten, nog eens 5 miljard dollar in een fonds te stoppen voor investeringen in Afrika, de meeste schuld van de Afrikaanse landen kwijt te schelden, de Afrikaanse producten gemakkelijker toegang tot de Chinese markt te geven, 15.000 Afrikaanse leraars, dokters, ingenieurs op te leiden en nieuwe ziekenhuizen en scholen te bouwen op het Afrikaanse continent. Na afloop van de conferentie zei Meles Zenawi, de eerste minister van Ethiopië: "China is een inspiratiebron voor ons allemaal." Een jaar later, nadat een mega-akkoord afgesloten was tussen Kinshasa en Beijing, zei de Congolese president Joseph Kabila: "De Chinese banken zijn bereid de infrastructuur voor ons water, elektriciteit, onderwijs, gezondheidszorg en vervoer te financieren. Voor de eerste keer in de geschiedenis zullen de Congolezen echt ondervinden waarvoor koper, kobalt en nikkel goed zijn." Abdoulaye Wade, de president van Senegal beaamt: "De manier waarop China onze problemen benadert past ons beter dan de langzame en dikwijls betuttelende en neokoloniale houding van de Europese investeerders, donororganisaties en niet-goevernementele organisaties. Het Chinese model van snelle economische ontwikkeling is een leerschool voor Afrika." 

Financiële crisis versnelt de evolutie

China is zo de voorbije 5 jaar internationaal steeds meer op de voorgrond getreden. De tactiek van Robert Zoellick en consoorten om van dat land een verantwoord medespeler te maken won daardoor in de Verenigde Staten voortdurend aanhangers. Nu de politieke en zakenwereld in de VS met afgrijzen en wanhoop naar de koerstabellen in Wall Street kijkt, is dat nog meer het geval. Op 1 oktober van dit jaar had China voor 1.900 miljard dollar reserves aan vreemde munten. Het overgrote deel, 1.300 miljard, waren reserves in dollar. (Het zijn trouwens deze reserves die China in belangrijke mate beschermen tegen de crisis in het Westen.) Deze massa geld zou mooi van pas komen om de Amerikaanse en West-Europese overheid te helpen met hun injecties van honderden miljarden dollar in het financieel systeem. Op 9 oktober schreef columnist Philip Stephens in de Financial Times: "De huidige financiële crisis luidt het begin in van een nieuwe politieke wereldorde. Twee eeuwen lang hebben de Verenigde Staten en West-Europa economisch, politiek en cultureel kunnen beheersen. Die tijd is voorbij."

Philip Stephens herhaalde zo wat eerder dit jaar de Frankfurter Allgemeine Zeitung schreef: "Terwijl het Westen steeds verder wegschuift naar een recessie, scoren de communisten in Beijing het ene succes na het andere. Zou China de wereld kunnen redden?"

In de jaren '90 werd Francis Fukyama beroemd toen hij na de ineenstorting van de Sovjet-Unie zei dat "de geschiedenis ten einde was" want: "Nu is bewezen dat geen ander maatschappelijk stelsel zo goed is als de vrije markt waarvan de Verenigde Staten de kampioenen zijn". Maar vandaag zegt Fukyama die ook al aan de wieg van het PNAC stond: "De Verenigde Staten hebben hun hegemonie verloren. In veel delen van de wereld zijn de Amerikaanse ideeën, hun goede raad en zelfs hun hulp niet meer welkom." John Ikenberry constateert hetzelfde: "Het unipolaire ogenblik van de Verenigde Staten is ten einde."

Wat verwachten de Amerikanen van China?

Nu het unipolaire ogenblik voorbij is, is er een andere Amerikaanse benadering nodig om de positie van de wereldleider te redden. Vandaar het begrip 'verantwoord medespeler'.
Wat verwachten de Amerikanen van China? Kort en goed: de Verenigde Staten willen dat China zich integreert in de organisaties en de spelregels die de internationale orde van vandaag bepalen. Dat concretiseert zich op veel terreinen.

Eén van de belangrijkste is dat van de internationale handel. Fred Bergsten beschrijft in zijn boek China's Rise: Challenges and Opportunities, hoe het de Amerikanen mateloos irriteert dat China zich bij de onderhandelingen voor het verder vrijmaken van de wereldmarkt aansluit bij andere landen van de derde wereld zoals Brazilië, Zuid-Afrika en India. Dat heeft, zeggen de Amerikanen, geleid tot de mislukking van de Doha-ronde in die onderhandelingen. Een 'verantwoord medespeler' maakt geen eenheidsfronten om andere landen (in casu de Verenigde Staten en de Europese Unie) met de rug tegen de muur te duwen, aldus Bergsten.

Dezelfde kritiek klinkt inzake de houding van China in Azië, 's werelds belangrijkste continent. Fred Bergsten: "China brengt de internationale handel schade toe door de opbouw van een Aziatisch handelsblok te promoten. Het netwerk van regionale bilaterale en multilaterale handelsakkoorden omvat nu bijna alle Aziatische landen. Dat heeft de bedoeling om binnen de 10 jaar een Oost-Aziatische vrijhandelszone te creëren onder leiding van China. Dat is een bedreiging voor de bestaande akkoorden en voor de multilaterale samenwerking." Het ziet er zelfs naar uit, zegt de Amerikaanse vice-minister Thomas Christensen, dat "de Chinezen van plan zijn een soort Aziatisch Monetair Fonds op te richten dat de nu al wegkwijnende rol van het Internationaal Monetair Fonds verder zou bedreigen".

En China moet ook ophouden zijn munt anders te behandelen dan van grote landen verwacht kan worden. China's houding terzake is haast een provocatie. Het land weigert nog altijd de vrije wisselbaarheid van zijn munt. De houding van China is een zware inbreuk op de regels en de normen zoals het IMF die bepaald heeft.

Wat betreft de energie-bevoorrading moet China, als het een 'verantwoord medespeler' wil zijn, ophouden afzonderlijke akkoorden af te sluiten met olie- en gasproducenten zoals Iran, Sudan, Angola. Het moet integendeel de globale veiligheid van de energiebevoorrading helpen garanderen.

China moet zijn steun opzeggen aan de regimes in Noord-Korea, Iran, Myanmar, Syrië, Libanon en Sudan. China is vandaag de grootste donor van buitenlandse ontwikkelingshulp. Dat is heel goed maar tegelijk vormt China een bedreiging voor de regels inzake internationale hulp want het weigert de voorwaarden te stellen aan zijn hulp zoals de internationale gemeenschap dat de voorbije 25 jaar wel gedaan heeft, aldus nog steeds de Amerikanen.

In eigen land heeft China ook nog veel werk voor de boeg om een 'verantwoord medespeler' te worden. Het moet meer democratie, mensenrechten en godsdienstvrijheid toelaten. Het moet een klaarder inzicht geven in de financiering van zijn militair apparaat en het moet ophouden dat apparaat alsmaar verder uit te bouwen. En bovenal: het moet een einde maken aan de leidende rol van de Communistische Partij. Robert Zoellick al in 2005: "China heeft nood aan een vreedzame politieke overgang." Minister Hank Paulson: "Het grootste gevaar voor ons is niet zozeer dat de Chinese economie groter wordt dan de Amerikaanse. Het grootste gevaar is dat China niet opschiet met de politieke hervormingen die nodig zijn." En vice-minister Thomas Christensen: "Naarmate China opklimt naar het niveau van de andere wereldmachten, zullen zijn leiders en zijn volk leren dat welvarende en stabiele landen allemaal liberale democratieën zijn."

De Financial Times vat het begrip 'verantwoord medespeler' samen: "De Verenigde Staten willen dat China geabsorbeerd wordt in de internationale forums en instituten. Zij willen dat China niet de kans krijgt de bestaande standaarden en normen uit te dagen."

John Ikenberry zegt het zo: "Als een land een wereldmacht wil worden, heeft het geen andere keuze dan zich aan te sluiten bij de Wereldhandelsorganisatie. De weg naar de macht op wereldvlak loopt effectief via de Westelijke orde en via zijn multilaterale economische instellingen."

Het doel is daarmee geformuleerd: het concept van 'verantwoord medespeler' wil de invloed van China aanwenden om de bestaande internationale orde te versterken, een orde die onder leiding van de Verenigde Staten staat en die functioneert volgens de regels die de VS en Europa opgesteld hebben. Zoals vice-minister Thomas Christensen schrijft: "China kan enkel en alleen slagen als het globale systeem waaraan het zoveel te danken heeft, het goed doet. Dat geeft China een grote verantwoordelijkheid in het succes van het wereldsysteem. Ik denk dat China beseft en steeds beter zal beseffen dat hoe meer het onderdeel wordt van het wereldsysteem, hoe meer zijn belangen gelijklopen met die van de andere medespelers zoals de Verenigde Staten."

Woorden in de wind?

Amerika belooft China dat het, als het meedoet aan het concept 'verantwoorde medespeler', zal evolueren van een lid van de internationale gemeenschap naar een grootmacht die mee leiding geeft aan de wereld.

De Wereldbank en het IMF zijn twee organisaties onder controle van de Europese Unie en de Verenigde Staten. De Europese Unie mag bijvoorbeeld 10 van de 24 leden van de Raad van Bestuur van het IMF aanwijzen. De Verenigde Staten hebben 17 procent van de stemmen in het IMF terwijl China er minder heeft dan de Benelux. China is de belangrijkste factor in de groei van de wereldeconomie – dankzij China is de werkloosheid in Oost en West niet massaler dan ze nu al is. En toch hoort China niet tot de G7, de club van landen die de wereldeconomie willen leiden. China is het belangrijkste en grootste land in Azië en in het gebied van de Stille Oceaan. En toch heeft China geen zeg in allerlei militaire akkoorden die beweren de vrede en de rust in het gebied te willen garanderen. Op al die terreinen zal de rol van China opgewaardeerd worden. De Verenigde Staten accepteren China en geven het de plaats van een grootmacht binnen de bestaande internationale orde. Het zal daar kunnen rekenen op de steun van de Verenigde Staten en de Europese Unie voor de kwesties die specifiek van Chinees belang zijn.

De Chinezen hebben het concept van 'verantwoord medespeler' met dank aanvaard omdat het het einde betekent van het concept 'strategische rivaal'. Zhu Feng van het Onderzoeksinstituut voor Internationale Relaties van de universiteit van Beijing zegt: "Samenwerking versterkt altijd de win-win situatie. Confrontatie versterkt het tegenovergestelde, het komt neer op verlies-verlies." De nieuwe opvatting geeft China meer ruimte om zijn economische en sociale ontwikkeling verder te zetten en om de banden met de Aziatische buren, de grote landen en de derde wereld verder uit te bouwen.

Tegelijk beseffen de Chinezen dat de Amerikanen van politiek veranderen om de eigen leidende rol in de wereld te kunnen aanhouden en om het karakter van de economische Noord-Zuid relaties niet te wijzigen. Wang Yiwei van de afdeling Internationale Studies van de Fudan-universiteit zegt: "Het begrip 'verantwoord medespeler' is een lange vislijn om een vette vis te vangen. Die vette vis is de verhouding tot China binnen het kader van de door de Verenigde Staten geleide internationale orde." Ruan Zongze van het Chinees Instituut voor Internationale Studies schrijft in het dagblad van de Communistische Partij: "Het begrip maakt duidelijk dat Washington nog altijd zijn inspanningen niet wil opgeven om overal ter wereld zijn eigen opvatting over democratie te doen gelden. In welke zin is dit dan een fundamentele wijziging van de Amerikaanse buitenlandse politiek? Misschien gaat het enkel en alleen om woorden in de wind, zoals Bob Dylan ooit zong."

Een andere opvatting over buitenlandse politiek

De drie belangrijkste principes van de Chinese buitenlandse politiek zijn: alle landen zijn gelijk, geen inmenging in elkaars binnenlandse aangelegenheden, relaties met wederzijds voordeel. De drie principes botsen vanzelfsprekend met de doelstellingen en de praktijk van de Amerikaanse buitenlandse politiek. In de Amerikaanse optiek heb je grootmachten (en één uitzonderlijk grote grootmacht zijnde zichzelf), moeten alle landen ter wereld zich houden aan waarden en normen die de 'internationale gemeenschap' bepaalt en de relaties moeten op de eerste plaats het Amerikaanse belang dienen.

China wil de relaties met de Verenigde Staten maximaal versterken maar op voet van gelijkheid, zonder dat de VS zich moeien met de binnenlandse politiek van China en uitgaande van wederzijds voordeel.

Zeven maanden nadat Robert Zoellick de koerswijziging lanceerde onder de naam 'verantwoord medespeler', bracht de Chinese president Hu Jintao een bezoek aan de Verenigde Staten. Zijn toespraken vormden een antwoord.

Hu Jintao sprak op de eerste plaats over de internationale verhoudingen in het algemeen: "De wereld maakt een periode door van diepgaande veranderingen en uitdagingen. China vindt dat de internationale gemeenschap moet samenwerken om vooruitgang te realiseren. De wil van het volk in alle landen moet gerespecteerd worden. De internationale relaties moeten gekenmerkt zijn door de democratie. Zij moeten wettig verlopen. Het bestaande internationale systeem en de bestaande internationale orde moeten hervormd worden opdat ze meer rechtvaardig en evenwichtig zouden zijn. Geschillen moeten opgelost worden door dialoog en niet door oorlog. Alle landen moeten waken over de wereldvrede. De internationale gemeenschap moet een prioriteit maken van ontwikkeling. Ze moet de ontwikkelingslanden helpen hun ontwikkeling te versnellen. De internationale handel en het internationale financiële systeem moeten hervormd en verbeterd worden om ervoor te zorgen dat economische globalisering tot gemeenschappelijke welvaart leidt."
In deze opvatting gelden de gelijkheid tussen de landen, de vrede, de soevereiniteit, de welvaart en de hervorming van de bestaande internationale orde met het oog op evenwaardigheid, democratie en wederzijds voordeel.

Inzake de specifieke Chinees-Amerikaanse relatie wees Hu Jintao op het belang van zes punten:
- Versterking van het wederzijds begrip met oog op de uitbouw van een stabiele lange termijn relatie
- Uitbreiding van de economische samenwerking en van de handel
- Blijven vasthouden aan het principe dat China één is en dat Taiwan deel uitmaakt van China
- Versterking van de onderlinge communicatie en van de dialoog over internationale en regionale zaken
- Versterking van de vriendschappelijke uitwisselingen tussen beide landen
- Elkaar behandelen op voet van gelijkheid en de verschillen zien in het kader van het bredere geheel. 

Toen al, in april 2006, zei Hu Jintao: "De topprioriteit van China is de eigen economische ontwikkeling en het verbeteren van de welvaart en het welzijn van de bevolking. Daarmee dient China het best de fundamentele belangen van zowel de Chinese bevolking als van de volkeren in de wereld. En daarmee dient China het best de verantwoorde en constructieve rol die erin bestaat de wereldwijde ontwikkeling en de wereldvrede naar best vermogen te promoten."
Vandaag zegt China: onze bijdrage tot het oplossen van de financiële en economische crisis is onze maximale inspanning om de sociaal-economische ontwikkeling van China vooruit te stuwen. Het land wil de binnenlandse consumptie nogmaals fors verhogen door de BTW-tarieven naar beneden te halen (terwijl de Belgische regering de accijns op benzine verhoogt), het inkomen van de 700 miljoen boeren te verdubbelen, het minimumloon te verhogen, de sociale zekerheid beter uit te bouwen... Dit jaar zal de Chinese economie met meer dan 9 procent groeien. Daarmee staat China als onbetwiste nummer één in het aantrekken van de wereldeconomie. 

Bovenstaande is geschreven door Peter Franssen, redacteur van www.infochina.be op 20 oktober 2008.

Bronnen:

  • Lesley Wroughton, 'World Bank chief says G7 should be replaced', Reuters, 7 oktober 2008

  • Robert B. Zoellick, 'Whither China: From Membership to Responsibility?', Remarks to the National Committee on U.S.-China Relations, in: NBR Analysis, The National Burau of Asian Research, vol. 16, nr. 4, december 2005, Washington

  • 'Zoellick stresses China's economic role', UPI, 17 december 2007

  • Joshua Eisenman en Devin T. Stewart, 'Can "Responsible Stakeholder" Hold?', Policy Innovations, 12 december 2007

  • Thomas J. Christensen, 'China's Role in the World: Is China a Responsible Stakeholder?', Remarks Before the U.S.-China Economic and Security Review Commission, 3 augustus 2006

  • Krishna Guha, 'Paulson calls for reassessment of US-China policy', Financial Times, 13 september 2006

  • Francis Fukuyama, 'The fall of America, Inc.', Newsweek, 13 oktober 2008

  • Waldemar Bolze, 'Hoffen auf den Drachen', Junge Welt, 16 oktober 2008

  • G. John Ikenberry en Anne-Marie Slaughter, 'Forging a world of liberty under law – U.S. National Security in the 21st century', Princeton Project on National Security, 27 september 2006

  • M. K. Bhadrakumar, 'China begins to define the rules', Asia Times Online, 20 januari 2007

  • Edward Wong, 'Booming, China Faults U.S. Policy on the Economy', New York Times, 17 juni 2008

  • Melinda Liu, 'War of Wills', Newsweek, 24 april 2006

  • Robert Kagan, 'Behind the 'Modern' China', Washington Post, 23 maart 2008

  • Dan Blumenthal, 'Is China at Present (or Will China Become) a Responsible Stakeholder in the International Community?', The American Enterprise Institute, 11 juni 2007

  • C. Fred Bergsten, 'A Partnership of Equals: How Washington Should Respond to China's Economic Challenge', Foreign Affairs, juli-augustus 2008

  • Arvind Subramanian, 'A master plan for China to bail out America', Financial Times, 7 oktober 2008

  • Thaksin Shinawatra, 'An Asia bond could save us from the dollar', Financial Times, 6 oktober 2008

  • Philip Stephens, 'Crisis marks out a new geopolitical order', Financial Times, 9 oktober 2008

  • Wang Yiwei, 'US New Thinking on China Policy', Liaowang, 14 oktober 2006

  • Suisheng Zhao, 'Chinese Foreign Policy in Hu’s Second Term: Coping with Political Transition Abroad', Paper delivered at the FPRI Asia Program’s conference on Elections, Political Transitions and Foreign Policy in East Asia held in Philadelphia, 14 april 2008

  • Neil King en Jason Dean, 'Untranslatable Word In U.S. Aide's Speech Leaves Beijing Baffled', Wall Street Journal, 7 december 2005

  • 'A key visit that sets the tone for future China-US ties', People's Daily, 19 april 2006

  • 'China, US 'share same aspirations'', People's Daily, 20 april 2006

  • 'Chinese president presents proposals on promoting Sino-U.S. Ties', People's Daily, 21 april 2006

  • Fareed Zakaria, The Post-American World, W.W. Norton & Company, New York, 2008

  • C. Fred Bergsten, China's Rise: Challenges and Opportunities, The Peterson Institute for International Economics, Washington, 2008